everzwijn

Everzwijn niet overal welkom

De everzwijnenpopulatie in Vlaanderen groeit gestaag aan en niet iedereen is daarmee opgezet. De nieuwe beheervisie 2011 voor het everzwijn in Vlaanderen stelt dat de soort weliswaar wordt aanvaard als inheems grofwild maar enkel gecontroleerd wordt toegelaten in bepaalde zones in Vlaanderen. In andere zones heerst een nultolerantie.

Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) kreeg van de bevoegde minister van Milieu Joke Schauvliege opdracht om de zones af te bakenen waarin het everzwijn gecontroleerd kan worden toegelaten. Deze gedoogzones bestaan uit een voldoende groot en aaneengesloten leefgebied dat een populatie op duurzame wijze kan herbergen en deelpopulaties de mogelijkheid biedt om onderling te migreren. De afbakening houdt tevens rekening met de lokale omstandigheden betreffende biodiversiteit, schade aan landbouwgewassen, wildziekten, verkeer, maatschappelijk draagvlak en toerisme. Geen gemakkelijke klus in het dicht bevolkte Vlaanderen. In andere zones wordt het everzwijn niet toegelaten en heerst een nultolerantie. In een rapport, dat eerder dit jaar werd gepubliceerd, worden de methodiek en de resultaten van de afbakening toegelicht. De resultaten dienen als basis voor een politiek-maatschappelijk overleg dat tot doel heeft de zones in te delen in gedoog-en nulstandzones.

Naar aanleiding van de vernieuwde beheervisie verscheen zopas nog een tweede INBO-rapport dat de eerste aanzet geeft voor concrete beheerrichtlijnen en een model voor het afschot van everzwijnen in Vlaanderen en Limburg in het bijzonder. Verder onderzoek moet het model verfijnen. Dit zal gebeuren aan de hand van populatiebiologische gegevens van de geschoten everzwijnen en zal rekening houden met de landbouwschade en verkeersongelukken die de everzwijnen veroorzaken. Omdat het quasi onmogelijkheid is om everzwijnen te tellen, wordt het afschot gebaseerd op een combinatie van theoretische inzichten en de gevolgen van het gehaalde afschot. Ook het verloop van het afschot gedurende het jaar levert houvast. Een afschot van 150 % van de voorjaarsstand is zeker na te streven indien men de populatie op een bepaald niveau wenst te houden - zo stelt het INBO. Voor de bepaling van de voorjaarsstand wordt als evenwichtstoestand uitgegaan van een theoretische maximaal toelaatbaar aantal van 4 dieren per 100 ha bos en natuur. Op veel plaatsen is de populatie echter nog in volle expansie.

INBO-rapporten

Cover INBO-rapport Afbekening beheerzones     Afbakening van beheerzones voor everzwijn in Vlaanderen

Cover INBO-rapport Aanzet beslissingsmodel     Aanzet tot een beslissingsmodel in het kader van toekenning van everzwijnafschot

     

Het dossier 'everzwijn'

Het aantal everzwijnen neemt de laatste jaren beduidend toe. Een verbeterde natuurkwaliteit, een verhoogd voedselaanbod en zachtere winters vormen mogelijk een verklaring voor deze opmars. Doordat everzwijnen ook in Vlaanderen nadrukkelijker aanwezig zijn, komen ze soms negatief in de kijker te staan.

Vooral wanneer ze schade aanrichten aan landbouwgewassen en verkeersongevallen veroorzaken, worden ze met de vinger gewezen. De roep om maatregelen klinkt dan ook steeds luider. Maar hoe gaan we het best om met de stijgende populatie van everzwijnen? Daarvoor heeft Natuurpunt in samenwerking met de Zoogdierenwerkgroep een standpunt geformuleerd. Je leest er alles over in het dossier op de website van Natuurpunt.
 

X