Omgaan met uitheemse en gebiedsvreemde soorten

Tussen 2002 en 2006 doken in Vlaanderen meer dan 100 nieuwe uitheemse dier- en plantensoorten op. Het betreft voornamelijk planten, maar in het aantal zitten ook enkele zoogdiersoorten. Tegelijk nam de populatie van enkele goed ingeburgerde zoogdierexoten zoals de muskusrat en de beverrat aanzienlijk af. Uitheemse soorten kunnen invasief zijn, natuurlijke ecosystemen binnendringen en daar belangrijke schade toebrengen en/of andere inheemse soorten benadelen of doen uitsterven. Bekende voorbeelden worden in het buitenland gevonden, onder meer in Groot-Bittannië waar de Amerikaanse nerts verantwoordelijk is voor het verdwijnen van de waterrat en de grijze eekhoorn de rode eekhoorn verdringt. Het zijn niet altijd zoogdieren die elkaar bedreigen. Ook soorten uit andere dierengroepen zoals vogels kunnen gelijke effecten bewerkstelligen. Zo heeft de in boomholten broedende halsbandparkiet een ongunstige invloed op andere holenbewoners waaronder boombewonende vleermuizen en mogelijk ook op de rode eekhoorn. Uitheemse soorten kunnen niet alleen schuil- en nestplaatsen ontnemen maar ook het voedselaanbod ongunstig beïnvloeden door met inheemse soorten te concurreren of hen voedsel te ontnemen. In extreme gevallen zijn ze door predatie verantwoordelijk voor het verdwijnen van inheemse soorten. Uitheemse predatoren hebben een veel groter effect op inheemse prooidierpopulaties dan inheemse predatoren.

België voert een beleid dat erop gericht is de introductie van nieuwe uitheemse soorten te vermijden en de aantallen van soorten met een negatieve inmpact te decimeren met het oog op een algehele uitroeiing. Voor het beleid inzake (invasieve) uitheemse soorten is in België de federale overheid verantwoordelijk voor de preventie - m.a.w. voor het vermijden van nieuwe introducties - terwijl het herstel onder de bevoegdheid van de gewesten valt. De basis voor het exotenbeheer zit vervat in de Belgische Biodiversiteitsstrategie 2006-2016 waarin twee doelstellingen betrekking hebben op het vermijden van nieuwe introducties:

  1. Objectief 3.7 De introductie van invasieve vreemde soorten voorkomen en de impact op de biodiversiteit ervan beperken.
  2. Objectief 5.7 Rekening houden met de potentiële impact op biodiversiteit, en in het bijzonder de invasiviteit van soorten, bij het nemen van import- en exportbeslissingen.

In het Natuurrapport 2007 kan je meer lezen over het beleid inzake uitheemse diersoorten.

In deze rubriek bundelen we de informatie over de effecten van uitheemse zoogdiersoorten die in België zijn ingeburgerd.

X