Mollen in de tuin

Iedereen die een tuin heeft met een mooi gazon kent het probleem. Op een dag steekt een hoopje aarde de kop op en dat worden algauw meerdere. Een mol heeft er een onderkomen gevonden. Een goed teken, want de aanwezigheid van de mol betekent dat de tuin een uitstekend habitat vormt voor deze insecteneter. Insecten die de grasmat naar het leven staan, krijgen niet langer vrij spel. Toch wordt de aanwezigheid van een mol niet door iedereen evenzeer geapprecieerd. Er worden dan oplossingen bedacht om deze ongenode gast kwijt te geraken. De meest voor de hand liggende oplossing is het doden van het dier; meestal met behulp van allerlei vallen, rookbommen en ander dodelijk tuig. Met de dood van het dier is het probleem echter slechts tijdelijk opgelost. Vroeg of laat vindt een andere mol de tuin en begint het verhaal opnieuw.

Het meest eenvoudige is de mol in de tuin te tolereren en hem zo nodig uit de kwetsbare stukken weg te houden. Hierna worden enkele afweermethoden voorgesteld waarmee het dier niet wordt gedood maar wel beperkt, verdreven of buitengesloten. Dergelijke oplossingen zijn duurzaam, want ze werken op lange(re) termijn. Geen van hen biedt een volledige garantie dat de mol daadwerkelijk wegblijft, maar het doden van een mol verzekert dat helemaal niet. Je kan mollen op vier manieren aanpakken zonder ze te doden nl. door:

  1. ontmoedigen
  2. vangen
  3. afweren of verjagen
  4. toegang verhinderen

 Mol in molshoop

1. Ontmoedigen

  • De beste manier om mollen weg te houden, is zorgen dat je tuin voor hen niet aantrekkelijk is. Een gevarieerde tuin met veel bomen is minder interessant dan een groot, effen gazon. Mollen mogen dan wel enorm sterk zijn, maar door boomwortels kunnen ze niet graven. Bomen zorgen dus voor obstakels die het graven bemoeilijken en beperken.
  • Zelfs met een mol in de tuin is het mogelijk om een effen gazon te behouden. Wanneer er een nieuwe hoop tevoorschijn komt, kan je die dichtduwen, verwijderen of beter nog de aarde (met bijvoorbeeld een hark) uitspreiden over het gazon of in de border. Het graafgat van de mol is nauwelijks zichtbaar en de aarde die verspreid ligt, valt veel minder hard op dan een molshoop. Het gras kan blijven doorgroeien – dus geen bruine plekken – en na een regenbui zul je al heel goed moeten zoeken waar de hoop zich oorspronkelijk bevond. Nog eens met de grasmaaier erover en het enige effect van de mol is dat hij de bodem verlucht en ongewenste insecten opruimt, wat de gezondheid van je gazon alleen maar ten goede komt. Geëffende molshopen bieden ook een uitstekende plek om andere plantensoorten in je gazon aan te planten of in te zaaien, zoals pinksterbloem, muizenoortje, kruipend  zenegroen, hondsdraf, ereprijs, madeliefje, margriet, enz. Een bloemrijk grasveld doet wonderen voor de biodiversiteit. En wie kiest voor lang gras hoeft zich helemaal niet meer druk te maken over molshopen. Er zal een fikse mol nodig zijn om een hoop te maken die boven het gras uitsteekt.

2. Vangen

  • Mollen kan je vangen met een vangkooi. Dergelijke kooi wordt in de lengte  van een mollengang geplaatst. In het kooitje zit een klepje. Wanneer de mol er tegenaan loopt, klapt achter hem een deurtje dicht en zit hij gevangen. De mol kan dan elders worden vrijgelaten. Het vangtoestel moet dagelijks worden gecontroleerd.
  • Wie snel en handig is kan een mol uit zijn gang scheppen wanneer hij aan het wroeten is. Mollen doorlopen immers op gezette tijdstippen en met tussenpozen van ongeveer 4 uren hun gangen en kunnen dan worden opgewacht. Heel meest zijn ze in de ochtend (rond 8 uur), rond de middag en in de vooravond (18 uur) actief. Het vraagt wel enige prospectie en geduld alvorens de klus kan worden geklaard. Met een spade in de hand wacht je bij een verse molshoop tegen de wind in tot je de mol ziet wroeten. Vervolgens is het de kunst om de spade op een afstand een twintigtal centimeters achter de mol in de gang te steken en de grond met de mol erin omhoog te wippen en meteen de mol bij de lurven te vatten. Dit werkt alleen wanneer je weet in welk deel van de gang de mol zit. Bovendien moet je snel zijn, want hij kan zich snel weer in de bodem graven. Let erop dat je de spade niet in het dier steekt !

3. Afweren of verjagen

  • Met geluid kun je heel goed een mol blijvend verjagen. Er zijn meerdere mogelijkheden die met uiteenlopende resultaten zijn beproefd. Een van de meest beproefde, is het plaatsen van (glazen) flessen of potten in de grond met de opening naar boven. De wind zorgt voor een fluitend geluid in de fles of pot dat zich in de mollengang doorzet. Ook andere lawaaimakers kunnen dienen zoals de muziekproducerende chips die in melodieuze prentbriefkaarten zitten.
  • Door trillingen worden mollen afgeschrikt. Er bestaan elektrische trilapparaten die aanhoudend trillingen in de gangen veroorzaken. Een ijzeren paal, waartegen regelmatig wordt geklopt of waartegen een metalen plaatje aanwaait heeft evenwel eenzelfde effect. Ook speelgoedwindmolentjes schijnen te werken.
  • Bepaalde geuren schrikken mollen af. Enkele plantensoorten hebben de naam mollen te verjagen. Evenwel niet iedereen is van de goede werking overtuigd. Volgende soorten komen in aanmerking:

Keizerskroon (Fritillaria imperialis) is een tot 1 m hoge overblijvende bolplant van de leliefamilie. De grote, vlezige bollen worden vroeg in de herfst rondom de tuin in de grond gestoken waarbij ongeveer één bol om de 8 meter volstaat. Het is de geur van de bollen die de mollen op afstand houdt.

Kruisbladwolfsmelk (Euphorbia lathyris) is een kruidachtige tweejarige plant, die tot 1,5 m hoog groeit. De geur van de wortels houdt, behalve mollen, ook woelratten en veldmuizen op afstand. Het melksap (latex) bevat petroleumachtige verbindingen. Er worden verspreid over de tuin 6 tot 10 planten per are aangeplant. Nadeel van deze plant is dat hij giftig is en gemakkelijk uitbreidt, waardoor hij zelf tot een plaag kan worden.

Diverse soorten nieskruid (Helleborus). Dit geslacht omvat verscheidene giftige planten waaronder kerstroos (H.niger), Oosters Nieskruid (H. orientalis), stinkend nieskruid (H. foetidus) en wrangwortel (H. viridis). In tegenstelling tot de vorige soorten vragen deze planten meer verzorging.

  • Een gier van vlier- of walnootblad kan eveneens als afschrikkingmiddel worden gebruikt. Je maakt de gier door gedurende tien dagen één kilo vlier- of walnootbladeren te laten trekken in tien liter water. Het aftreksel wordt onverdund in de gangen gegoten. De bladeren kunnen ook fijn worden gewreven en in de mollengang worden gestoken.
  • Vroeger werden ook kamferballen - zogenaamde mottenballen - in de gangen gestoken, maar de moderne versie hiervan is van chemische oorsprong en daardoor giftig en niet werkzaam. De "klassieke ballen" zijn evenwel nog te vinden in speciaalzaken. Om de 25 cm wordt een balletje in de mollengang gestoken en daarnaast krijgt ook elke molshoopopening er eentje toebedeeld. Knoflookteentjes zouden eenzelfde werking hebben.
  • Molshopen en -gangen kan je best zo snel mogelijk weer dichtdrukken. Niet dat de mol het hierdoor meteen op een lopen zet, maar een aanhoudende verstoring ontmoedigt het beestje wel om voort te graven.

4. Toegang verhinderen

  • Om mollen uit de tuin te houden, kan rondom een 60 cm diepe sleuf gegraven worden waarin een rechtop staand vogelgaas (geen kippengaas, want de gaten zijn te groot) ofwel betonplaten worden gestoken. Dit kan uiteraard alleen in een nieuw aan te leggen tuin, maar het kan ook dienen om een deel van de tuin tegen mollen te beveiligen.

Veel van de voormelde middeltjes helpen niet alleen tegen mollen maar schrikken ook woelratten en -muizen af. Omdat er veel huis- en keukenmiddeltjes bestaan, staan we open voor verdere suggesties en horen we graag wat jouw ervaring is met deze methoden.

Molshopen in gazon
 

Tip: neem ook een kijkje op onze pagina over vraatschade door woelratten

X