HOME
Contact
Links
Sitemap
Even voorstellen
Activiteiten
Activiteitenkalender
Soorten en projecten
Bever
Das
Eekhoorn
Eekhoornproject
Egel
Eikelmuisproject
Hamster
Hazelmuis
Marters
Mol
Otter
Ratten
Vos
Waterspitsmuis
Publicaties
Bescherming
Huisdieren
Verspreiding
Inventariseren
Materiaal
Waarnemingen
ZIE ZO ZOOGDIER
Dode/zieke dieren
Aanvragen verspreidingsinformatie
Zoog.flits
Giften
Lidmaatschap
T-shirt/sticker
Contact/bestuur
Adreswijziging
Lokaal/regionaal
Forum
Foto's
Krantenknipsels
Mops
Congressen
Vacatures
Zoogdierenwerkgroep Zoogdierenwerkgroep


Ecologie

De eikelmuis of "fruitratje" is met haar schattige snoetje, zwarte zorro-masker en lange pluizige staart zonder twijfel een van de meest herkenbare en aaibare knaagdieren uit onze Vlaamse natuur. Als leefgebied verkiezen ze vooral loofbossen, bosranden, hoogstamboomgaarden en brede houtkanten. Hun voorliefde voor fruit en eigenaardige gewoonte om de wintermaanden al slapend door te brengen op beschutte plaatsen brachten de eikelmuizen al gauw in de woonomgeving van de mens. Verwaarloosde schuurtjes, zolders en tuinhuisjes bieden een ideale slaapplaats en vaak kunnen ze net vóór het begin van hun winterslaap hun buikjes nog vol eten met fruit en noten, die vroeger op geen enkel boerenerf ontbraken en ook in vele particuliere tuintjes groeiden.

Hun aanwezigheid heeft ook altijd gemengde gevoelens opgeroepen bij de mensen die hen op bezoek kregen. Enerzijds vond men het jammer dat deze fruitrovers met een deel van de oogst aan de haal gingen, maar anderzijds beleefde men vaak intens mooie momenten wanneer men van deze nachtelijke charmeurs een glimp kon opvangen. Dat getuigen alvast de fonkelende oogjes wanneer men oudere mensen ondervraagt die de diertjes nog kennen uit hun jeugdjaren.



Verspreiding volgens de Zoogdierenatlas

Fruitratjes zijn aan het begin van de 21e eeuw echter lang niet meer zo algemeen. Zelfs op Europese schaal merkt men een aanzienlijke achteruitgang van het aantal vindplaatsen. Onderstaand verspreidingskaartje uit de recente Zoogdierenatlas toont dat eikelmuizen in de zuidelijke helft van Vlaanderen goed vertegenwoordigd zijn. Maar dit kaartje bestrijkt een lange periode: van 1987 tot 2002. Alle signalen die de Zoogdierenwerkgroep uit het veld krijgt, wijzen op een sterke achteruitgang de laatste 10-15 jaar. In het verleden vond men bijvoorbeeld regelmatig eikelmuizen in vogelnestkastjes, terwijl dat nu eerder een zeldzaamheid is.



Projecten in de verschillende Vlaamse provincies

Om een beter beeld te krijgen van de huidige toestand, startte de Zoogdierenwerkgroep in 2005 een overleg met vertegenwoordigers van organisaties binnen de verschillende Vlaamse provincies, om te peilen naar de mogelijkheid om een grootschalig eikelmuisproject van de grond te krijgen.
Met succes, want het Oost-Vlaams Eikelmuisproject werd goedgekeurd en ging reeds van start in maart 2006, in samenwerking met de Provincie Oost-Vlaanderen en het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen.
Ook in Vlaams-Brabant werd ons projectvoorstel positief beoordeeld en startten we in juli 2006 met onderzoek naar de verspreiding en voorstellen van beschermingsmaatregelen, in samenwerking met de Provincie Vlaams-Brabant en BRAKONA.
Voor Limburg werd er een samenwerkingsovereenkomst met de Provincie Limburg/LIKONA afgesloten en zijn we in gang geschoten begin 2007.
In West-Vlaanderen wordt rond eikelmuis samengewerkt met de Provincie West-Vlaanderen in het kader van een Niveau 3-project (interfluvium Leie-Schelde) en zijn de vrijwilligers van de Zuid-West-Vlaamse Zoogdierenwerkgroep en de Zoogdierenwerkgroep Westland reeds druk aan het werk rond de eikelmuis.
De provincie Antwerpen laten we buiten beschouwing, want deze valt net buiten het verspreidingsgebied van de eikelmuis (alhoewel er wel enkele losse waarnemingen zijn).

We werken voor het Eikelmuisproject ook samen met een aantal Nederlandse collega's (VZZ/Alterra/Studio Wolverine/IKL), zodat we ervaringen kunnen uitwisselen en de vergelijking van de inventarisatiemethodes kunnen baseren op een grotere gegevensset.

Ook de JNM draagt haar steentje bij en voerde in december 2005 een interview-campagne die heel wat extra informatie opleverde over de verspreiding van de eikelmuis.

De provinciale projecten zijn ondertussen afgelopen en de eikelmuiswerking wordt nu verder door de vrijwilligers gedragen. Het rapport met alle resultaten van de voorbije projecten (informatie over ecologie, verspreiding, inventarisatiemethodes, monitoring, bedreigingen, beschermingsmaatregelen en het educatieve spel "Fruitdiefjes!") kan je hier downloaden (4,35 Mb).



Verspreiding met extra gegevens van de projecten

Een belangrijk onderdeel van ons project was om zoveel mogelijk oude en nieuwe verspreidingsgegevens te verzamelen. Hiervoor werden heel wat oproepen gelanceerd via tal van kanalen, wat heel wat nieuwe waarnemingen opleverde. Op deze manier kregen we een vollediger beeld van de verspreiding van de eikelmuis in Vlaanderen. Opvallend is dat de soort een duidelijke voorkeur vertoont voor de Leemstreek en de Westkust. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn de aanwezigheid van grotere aantallen huisjesslakken (kalkrijkere regio's) en meer boomgaarden dan in de rest van Vlaanderen.

Hoewel deze losse waarnemingen bijzonder interessant zijn, vertellen ze ons weinig over de vermeende achteruitgang. Recente waarnemingen hebben namelijk veel meer kans om ons te bereiken dan oudere. Dat heeft tot gevolg dat er in de databank meer waarnemingen zitten van het laatste decennium dan van de 30 jaar voordien. En toch geven tal van mensen aan dat de eikelmuis aan het verdwijnen is! Om dit zo objectief mogelijk vast te stellen, werkten we een enquêtesysteem uit waarbij per UTM 5x5km-hok 20 personen worden ondervraagd over hun kennis van de eikelmuis. Hiervoor worden mensen uitgekozen die in een eikelmuisvriendelijke omgeving (boomgaarden, houtkanten, schuurtjes, ...) wonen en minstens 45 jaar oud zijn. Zo krijgen we van dezelfde locaties zowel historische als actuele gegevens over de aanwezigheid van de soort.

Ook nu nog blijven we verder gegevens inzamelen. Als je hierbij wil helpen of zelf een waarneming doorgeven, kijk dan eens hier.



Monitoring door middel van nestkasten

Uit de vergelijking van inventarisatiemethodes in de Vlaamse Ardennen kwam het ophangen en controleren van de speciale slaapmuizennestkasten als meest bruikbare methode naar voor. Daarom werd deze methode ook gebruikt bij het opzetten van een grootschalig monitoringnetwerk. Enerzijds willen we hiermee in een beperkt aantal grotere natuur- en bosgebieden (met een 15-tal nestkasten per gebied) de evolutie van de eikelmuispopulatie en het effect van eventuele beheermaatregelen monitoren. Anderzijds willen we via nestkasten in een groot aantal tuinen en kleine leefgebieden (een 2-tal nestkasten per locatie) de verspreiding van de eikelmuis in gans het historische verspreidingsgebied opvolgen. Dergelijk nestkastennetwerk is op zich ook een beschermingsmaatregel door het aanbieden van extra nestgelegenheid voor de eikelmuizen.

Onderstaand kaartje geeft een gedeeltelijk overzicht van de locaties waar al nestkasten ophangen. Bijkomende locaties zijn altijd welkom. Als je zelf nestkasten in je tuin wil ophangen of elders gaan controleren, kijk dan eens hier.

Nestkastennetwerk. Grote symbolen = grotere natuur- en bosgebieden, kleine symbolen = tuinen en andere kleine leefgebieden (de ligging hiervan werd enkel nog maar gedigitaliseerd voor de provincie Limburg). Rood = met (sporen van) eikelmuizen in de nestkasten, zwart = zonder sporen van eikelmuis.



Mogelijke bedreigingen en beschermingsmaatregelen

Na wat uitpluiswerk van de internationale literatuur over slaapmuizen en gesprekken met zowel lokale ervaringsdeskundigen als buitenlandse onderzoekers, kwamen heel wat mogelijke problemen voor de eikelmuis naar voor. Hier geven we er een kort overzicht van. Meer info vind je in het eikelmuisrapport.

Habitatvernietiging

Habitatvernietiging wordt in het algemeen beschouwd als één van de belangrijkste redenen voor de achteruitgang van de eikelmuis. Hoogstamboomgaarden, houtkanten en andere landschapselementen verdwijnen aan een schrikwekkend tempo. Herstel van het landschap is cruciaal voor de duurzame overleving van de eikelmuis en tal van andere dier- en plantensoorten. Alle registers opentrekken is de boodschap.

Financiële steun vanuit de gemeentebesturen kan hand in hand gaan met andere stimulerende maatregelen, zoals een inhoudelijke ondersteuning. De hoge aaibaarheidsfactor van de eikelmuis maakt haar zeer geschikt als symboolsoort of ambassadeur van het kleinschalige natuurrijk cultuurlandschap.

Ook de vlotte werking van Landschapsteams in de Regionale Landschappen is onontbeerlijk voor een spoedig herstel en blijvend onderhoud van deze waardevolle natuur. De eikelmuis heeft er dus duidelijk baat bij dat deze initiatieven de kansen blijven krijgen om hun werking voort te zetten.

Tot slot heeft ook het traditionele hakhoutbeheer de eikelmuis gedurende lange tijd in de kaarten gespeeld. Naast het typische bloeiaspect van deze bossen, met kleurrijke tapijten van voorjaarsbloeiers, brengt deze beheersvorm structuurvariatie in de "boomlaag". Zo zorgt ze voor gezonde populaties ongewervelden en struweelvorming van vruchtdragende plantensoorten als braam. Dergelijke struwelen vormen, net als mantel- en zoomvegetaties aan de bosrand, een belangrijk leefgebied voor tal van diersoorten. Naast de eikelmuis vinden we er o.a. sleedoornpage en kleine ijsvogelvlinder.
Het uitblijven van dit beheer en de scherpe afbakening van perceelsgrenzen heeft ertoe geleid dat dergelijk struwelen uit het landschap verdwenen. Hier ligt dus een kans voor de huidige bosbeheerders om het historisch bosbeheer met zijn unieke biotopen te herstellen. Hier en daar zijn reeds opmerkelijke initiatieven van start gegaan, zoals in het bos t'Ename, waar Natuurpunt en particuliere houtgebruikers samen werken aan het beheer van een enig bosgebied. De bosgroepen zijn het uitgelezen kanaal om deze beheersvormen te promoten.

Verlies van nestgelegenheid en overwinteringsplaatsen

Hoewel eikelmuizen cultuurvolgers zijn, stellen ze toch vrij strikte eisen aan hun leefgebied. Naast voedselaanbod en schuilmogelijkheden zijn geschikte nest- en overwinteringsplaatsen van groot belang. Hiervoor komen allerlei beschutte ruimtes in aanmerking: holle bomen, knotwilgen, nestkasten, …, maar ook zolders, schuurtjes, bunkers e.d.

Ook hier stellen we een sterke achteruitgang vast. Knotwilgen worden omgezaagd of sterven vroegtijdig af door jarenlange verwaarlozing. Ook andere natuurlijke holtes verdwijnen, wanneer houtkanten en bomenrijen worden gerooid. En tot slot worden "rommelige" schuurtjes en zolders vervangen door ontoegankelijke, strakke bouwsels.

Het herstellen van houtkanten en knotwilgenrijen geniet uiteraard de voorkeur, maar in afwachting daarvan kunnen alternatieve schuil- en nestgelegenheden worden aangeboden onder de vorm van aangepaste nestkasten of ingemetselde neststenen, zoals die ook voor gierzwaluw worden gebruikt. Deze geven de eikelmuis een duurzame, uiterst geschikte schuilplaats, zonder dat de dieren toegang hebben tot het gebouw. Hier vind je een bouwplan om zelf eikelmuisnestkastjes te maken. Wie eens een alternatief wil uitproberen, kan een kijkje nemen op deze website (hihi).

Rattenbestrijding

In tegenstelling tot huismuis, bruine rat en zwarte rat, die zich explosief kunnen voortplanten en zo enorm veel economische schade kunnen aanrichten en zelfs ziektes verspreiden, verloopt de voortplanting van de eikelmuis zeer traag. Vrouwtjes hebben jaarlijks maar één worp, die gemiddeld uit een viertal jongen bestaat. Daarbij zijn ze pas seksueel actief vanaf hun tweede levensjaar.

Aangezien het ook cultuurvolgers zijn, dreigen ze de dupe te worden van de inspanningen die worden gedaan om mogelijke pestsoorten te bestrijden. Klemmen en gif werken niet selectief. Vooral gif maakt mogelijk veel slachtoffers. Om deze veronderstelling te toetsen werden alle professionele rattenbestrijdingsfirma's aangeschreven, maar nergens werd melding gemaakt van eikelmuis. Helaas werd hier ook zelden of nooit op gelet. Eén van de firma's gaf haar werkmensen wel de opdracht om vanaf nu specifiek te letten op eikelmuizen en dat had in februari 2007 meteen resultaat: in Koksijde werden enkele winterslapende eikelmuizen ontdekt.

Daarnaast werden alle gemeentebesturen in Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Limburg ondervraagd omtrent hun rattenbestrijding. Op vele plaatsen wordt nog steeds vergif gratis ter beschikking gesteld van de bevolking. Vele gemeenten hebben bovendien ook een rattenvanger in dienst. Overlast met eikelmuis wordt zelden gemeld. Onder andere in Koksijde, Bierbeek en Sint-Truiden werd ooit geklaagd over fruitratten.

Verdeling van rattenvergif door de Vlaamse gemeentes (rood = gratis aangeboden, oranje = te koop, groen = geen uitdeling).

Ondertussen is er ook gebrainstormd over mogelijke maatregelen. We maakten een voorlichtingsfolder rond het herkennen van sporen (folder "Gebolder op zolder") als hulp om eikelmuisslachtoffers te voorkomen. Ook het ter beschikking stellen van inloopvallen zou kunnen helpen om de "ratten" te identificeren alvorens men tot bestrijding overgaat.

Predators

Ongeveer gelijktijdig met de achteruitgang van de eikelmuis merken vele waarnemers een opvallende toename van bosuil en steenmarter. Deze dieren hebben eikelmuizen op hun menu staan en kunnen daardoor extra zwaar gaan wegen op de slinkende populaties. De open structuur van vele Oost-Vlaamse (beuken)bossen geeft knaagdieren dan ook heel weinig dekking. Nochtans komen eikelmuizen in een zeer groot deel van hun verspreidingsgebied al eeuwenlang samen met deze jagers voor. We hebben dan ook geen reden om aan te nemen dat ze een sleutelrol spelen in de achteruitgang van de eikelmuis.

Huiskatten vormen waarschijnlijk een veel groter probleem. Hoewel concrete cijfers voorlopig ontbreken, geven buitenlandse onderzoeken aan dat hun populaties sterk groeien en dat hun impact op het ecosysteem enorm is. Ook de vele meldingen van eikelmuisslachtoffers die binnengebracht worden door de kat wijzen in die richting.

De enorme druk van onnatuurlijke jagers als de huiskat bedreigt niet alleen volledige populaties eikelmuis, maar ook andere kleine zoogdieren en zangvogels. Om een idee te geven: Engelse katten brachten volgens onderzoekers niet minder dan 92 miljoen prooidieren mee gedurende een studieperiode van vijf maanden (Woods et al. 2003)! Doorgerekend naar Vlaanderen zijn dat ongeveer 40 miljoen prooidieren per jaar!

Voor Vlaanderen hebben we geen harde gegevens over de evolutie van het aantal huiskatten, maar in buurlanden als Engeland is er een opvallende toename zichtbaar gedurende de laatste 25 jaar.

Bron: www.pfma.org.uk/overall/historical-data.htm

Voor België vermoeden we een soortgelijke trend als we ons baseren op het rapport "Huisdieren" van de OIVO (2006): "In België zijn er in 2 miljoen gezinnen dieren. We tellen 4.890.000 huisdieren, op te splitsen in honden (1.160.000), katten (1.780.000) en andere (1.950.000 allerhande). Het aantal dieren is de laatste jaren maar licht toegenomen, maar er is een verschuiving van de voorkeur voor honden naar katten." Wanneer we even doorrekenen en er vanuit gaan dat huiskatten meestal in huizen wonen, die normaal gezien in "woongebieden" (2379 km², bron: www.statbel.fgov.be) zijn gebouwd, dan komen we tot een hallucinant getal van 748 katten/km² woongebied! Je zal maar een (eikel)muis wezen…



Bouw je eigen slaapmuizennestkast!

Hieronder vind je een bouwplan om zelf een slaapmuizennestkast te bouwen. We raden aan om deze tweemaal per jaar (begin mei en eind november) te controleren op de aanwezigheid van eikelmuizen of sporen ervan. We ontvangen daarna natuurlijk ook graag de resultaten van deze controles. Een korte handleiding om nestkasten te controleren en sporen te herkennen vind je hier.



Waarnemingen doorgeven, meewerken en meer info

Heb je zelf eens een eikelmuis gezien in Vlaanderen, recent of in het verre verleden, dan kan je ons helpen door deze waarneming door te geven via info@zoogdierenwerkgroep.be, via ons enquêteformulier of nestkastenformulier of door ze in te voeren op Waarnemingen.be. Bij twijfel: gewoon doen!!!

Vind je een dode eikelmuis, dan kan je deze laten inzamelen via het Marternetwerk van het INBO.

We kunnen altijd enthousiaste vrijwilligers gebruiken om op zoek te gaan naar plaatsen waar de beestjes nog voorkomen, om interviews af te nemen van mensen die mogelijk in contact gekomen zijn met eikelmuizen en om nestkasten op te hangen en te controleren. Als je je geroepen voelt, kan je contact opnemen met de projectcoördinator:

Frank Huysentruyt
Van Goethemstraat 80
9820 Merelbeke
tel. 0499/86.53.40

Alle helpende handen zijn welkom!!! Voor het afnemen van interviews kan je het standaardformulier gebruiken dat je achterin de enquêtehandleiding vindt. Om de mensen meer uitleg te geven over het wel en wee van de eikelmuis, kan je hierbij ook gebruik maken van de eikelmuisfolder (papieren folders zijn op het ogenblik zo goed als uitgeput, maar als je snel bent kan je er misschien nog wel eentje krijgen).
Wil je nestkasten controleren en ons de gegevens doorgeven, dan vind je hierover meer info in de nestkastenhandleiding (ook in het eikelmuisrapport staat hierover heel wat info, vooral op p. 88-91).


Laatste aanpassing: 05-10-2009 18:54:27 Statistieken over de bezoekers van deze pagina