HOME
Contact
Links
Sitemap
Even voorstellen
Activiteiten
Activiteitenkalender
Soorten en projecten
Bever
Das
Eekhoorn
Eekhoornproject
Methodes
Handleiding
Cursussen
Coördinators
Resultaten 2001
Resultaten 2002
Resultaten 2003-04
Referenties
Egel
Eikelmuisproject
Hamster
Hazelmuis
Marters
Mol
Otter
Ratten
Vos
Waterspitsmuis
Publicaties
Bescherming
Huisdieren
Verspreiding
Inventariseren
Materiaal
Waarnemingen
ZIE ZO ZOOGDIER
Dode/zieke dieren
Aanvragen verspreidingsinformatie
Zoog.flits
Giften
Lidmaatschap
T-shirt/sticker
Contact/bestuur
Adreswijziging
Lokaal/regionaal
Forum
Foto's
Krantenknipsels
Mops
Congressen
Vacatures
Zoogdierenwerkgroep Zoogdierenwerkgroep

Waarom een eekhoornmonitoringproject in Vlaanderen?

De laatste jaren doen steeds meer geruchten de ronde over ‘hoe goed de Rode eekhoorn het wel doet in Vlaanderen’. In de kleinste bosjes en tuinen duiken deze rode pluimstaarten op. De toename wordt toegeschreven aan het ouder worden van de naaldbossen en de volledige bescherming van de eekhoorn sinds 1992(1). Mogelijk heeft ook het verbod om door kraaien- en eksternesten te schieten hier iets mee te maken, want het is niet denkbeeldig dat er ook wel eens per vergissing door een eekhoornnest geschoten zal geweest zijn.

Of deze algemene indruk overeenkomt met een werkelijke toename in aantallen en verspreiding van de eekhoorn in Vlaanderen, is echter niet geweten. De enige gegevens waarover we beschikken zijn de populatiecrash in de jaren ’60-’70 (mogelijk ten gevolge van een ziekte). Daarnaast werden een heleboel fragmentarische waarnemingen verzameld in het kader van de Voorlopige atlas van de Vlaamse zoogdieren(2) en de Zoogdierenatlas van Vlaanderen.

Om in de toekomst een duidelijker beeld te krijgen van de evolutie van de Vlaamse eekhoornpopulatie, werd van start gegaan met dit monitoringproject. Hierbij is het de bedoeling om op regelmatige tijdstippen in steeds dezelfde bossen volgens steeds dezelfde methode het aantal eekhoorns te schatten. Zo kan na een aantal jaren het verloop van de populatie in de tijd in beeld gebracht worden.

In 2000 werd een eerste methode uitgetest in de provincie Antwerpen, onder impuls van de themagroep zoogdieren van ANKONA. 8 deelnemers gingen in 18 Antwerpse bossen het aantal eekhoorns na door in februari eekhoornnesten te tellen (voor een verslagje van deze resultaten, zie (3)).

In 2001 ging het project echt van start in gans Vlaanderen, als een samenwerking tussen ANKONA, BRAKONA, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, JNM, LIKONA en Natuurpunt. Omdat in sommige bossen de nesten moeilijk zichtbaar zijn (sparrenbossen, bossen met zeer hoge bomen) of de eekhoorns veel in boomholtes nestelen (beukenbossen), werd gezocht naar een alternatieve methode die betere resultaten zou geven in dergelijke bostypes. Er werd geopteerd om uit te testen of haarvallen, die reeds gebruikt werden in Groot-Brittannië en Italië, een goed alternatief vormen. In het rapport van 2001 worden de resultaten van beide methodes gegeven en worden deze onderling vergeleken op hun bruikbaarheid.

Statistieken over de bezoekers van deze pagina