Wauters & Dhondt(4) vonden een verband tussen het aantal nesten in een gebied en het werkelijke aantal eekhoorns. Elke eekhoorn gebruikte hier gemiddeld 4 Ă 5 nesten. Je kan dus een schatting maken van het aantal eekhoorns in een gebied door de eekhoornnesten te tellen.
Voor deze methode worden daarom alle eekhoornnesten opgespoord in een telgebied naar keuze van minstens 10 ha (tenzij het bos kleiner is, dan tel je het volledige bos). Deze telling kan best gebeuren in februari, wanneer de loofbomen geen blad dragen en eekhoorns het meest honkvast zijn. Op een kaart van je telgebied duid je de gevonden nesten aan en je noteert een aantal nestkenmerken op het ‘formulier met nestkarakteristieken’. Op de kaart geef je ook de juiste begrenzing van het getelde gebied weer.
Op een vegetatiekaart waarop de Boskartering(5) afgebeeld is (als je hier zelf niet over beschikt: op vraag verkrijgbaar bij de Zoogdierenwerkgroep) duid je eventuele wijzigingen in de vegetatie aan (kapping, dunning, heraanplanting, ...) en verduidelijk je een aantal vegetatieklassen (voor eekhoorns is het bv. belangrijk een onderscheid te maken tussen zomereik en Amerikaanse eik, en dit onderscheid wordt niet gemaakt op de vegetatiekaart).
Het gebruik van haarvallen zou een minder tijdrovend alternatief zijn voor het tellen van nesten. Deze methode wordt in Engeland reeds verschillende jaren toegepast(6). Hier werd een duidelijk verband gevonden tussen het aantal eekhoorns dat gevangen werd in een gebied en het percentage door eekhoorns bezochte haarvallen.
De door ons gebruikte haarvallen zijn pvc-buizen van 30 cm lang met een doormeter van 6.3 cm. Boven in de buis, aan beide uiteinden, worden 2 houten blokjes (4 x 3 x 0.8 cm) bevestigd waarop dubbelzijdige kleefband is aangebracht. Deze haarval hang je op borsthoogte tegen de stam van de boom (tenzij de kans op diefstal groot is, dan kan ze hoger gehangen worden) en voorzie je van hazelnoten in de pel als lokaas.
Als de eekhoorns op dit lokaas afkomen en in de haarval kruipen, blijven er haren aan de kleefband hangen, die dan achteraf gedetermineerd kunnen worden als haren van rode eekhoorns. Het herkennen van deze haren is vrij eenvoudig, omdat de rode eekhoorn de enige eekhoornsoort in Vlaanderen is.
De haarvalmethode werkt enkel als er zeer gestandaardiseerd gewerkt wordt. Ze kan enkel gebruikt worden in gebieden die groot genoeg zijn om minstens 10 haarvallen in op te hangen. Als je deze methode wil toepassen, kan je zelf een set haarvallen maken (als er nog beschikbaar zijn, kan je deze ook uitlenen bij de Zoogdierenwerkgroep). Je kan via de Zoogdierenwerkgroep ook een kaart krijgen met een grid van 100 x 100 m op aangeduid. De haarvallen hang je op de knooppunten van het grid op, en als dat niet mogelijk is, hang je ze verder uit elkaar (en zeker niet dichter bijeen). Je controleert en verwijdert ze weer na 14 dagen. De verzamelde blokjes (met of zonder haar), het 'haarvalformulier' en de kaart met de locaties van de haarvallen bezorg je terug aan de coördinators.

Laatste aanpassing: 05-10-2009 14:38:53
|