Vergunningen voor onderzoek naar en opvang van zoogdieren

Sommige zoogdieren zijn beschermd en dat betekent dat je een vergunning nodig hebt als je ze om een of andere reden moet verstoren. Zo kunnen bijvoorbeeld bij het vangen van muizen met inloopvallen ook beschermde spitsmuizen in de valletjes terechtkomen. Bij het zoeken naar sporen heb je meestal geen vergunning nodig (behalve dan van de eigenaar om het terrein te betreden of van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) om in een openbaar bos van de paden af te wijken). Eén van de uitzonderingen hierop is het zoeken naar nesten en burchten, omdat deze kunnen bewoond zijn en verstoord worden. Sinds 2008 coördineert de Zoogdierenwerkgroep de aanvraag van de vergunningen voor haar medewerkers en zorgt ze voor de terugkoppeling van de resultaten naar het ANB. In dit voorbeeld kan je zien wat er allemaal vergund wordt.

Als je een vergunning hebt, ben je in orde met de regelgeving voor o.a. het levend vangen van muizen met inloopvallen, deelname aan onze monitorings, in bezit hebben van braakballen (waar soms schedels van beschermde soorten in kunnen zitten) of opgezette dieren (bv. als educatief materiaal bij het geven van een cursus) en het vervoeren van zieke beschermde dieren naar een opvangcentrum. De vergunning geeft je natuurlijk geen vrijgeleide om zomaar gelijk wat te doen. Het welzijn van de dieren in kwestie wordt steeds voorop gesteld ! Wens je ook gebruik te maken van deze vergunning, geef dan je contactgegevens (naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres) en de reden waarom je een vergunning nodig hebt minstens 1 maand voor je een activiteit hebt gepland door aan de Zoogdierenwerkgroep.

X