Onderzoek naar de populatie-evolutie van de hazelmuis in Vlaanderen

De vermoedelijk zwaar bedreigde hazelmuis is één van onze prioritaire doelsoorten. Ze wordt vermeld op de Vlaamse Rode Lijst en op de bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het buitenland gaat de soort sterk achteruit. In 2003 was haar status in Vlaanderen onvoldoende gekend om de nodige beschermingsmaatregelen voor te stellen en uit te voeren. Daarom startten we met inventarisaties en het inzamelen van ecologische informatie. Op basis daarvan kunnen we nu reeds gerichte beschermingsmaatregelen adviseren. In overleg met terreinbeheerders, zowel overheden als privépersonen, ijveren we voor de uitvoering ervan. Hieronder geven we een overzichtje van wat we al te weten gekomen zijn over dit schattige slaapmuisje.

Verborgen slaper

De hazelmuis is de kleinste vertegenwoordiger van de familie van de slaapmuizen, waartoe ook de eikelmuis en de relmuis behoren. Ze heeft een lichaamslengte van 6-9 cm en een dicht behaarde staart van nog eens 5-8 cm. Een hazelmuis weegt gemiddeld 15-20 g, maar dit kan oplopen tot 43 g door het opslaan van vetreserves voor de winterslaap. De pels is oranjekleurig met een bleke crèmekleurige buikzijde. De jongen hebben een doffere, grijzere pels. De hazelmuis heeft grote, zwarte ogen en is met haar grijppootjes goed aangepast aan het leven in bomen en struiken. Ze komt zelden op de grond, tenzij tijdens de winter, wanneer ze een winterslaap houdt in een nestje tussen de afgevallen bladeren, in een ondergronds holletje of verstopt tussen boomwortels. Tijdens voorjaar-zomer en najaar zit de hazelmuis hoog in de bomen en bewoont ze holle bomen en oude eekhoorn- of vogelnesten. In het najaar zakt ze af naar zonbeschenen randvegetaties waar ze zelf nestjes in de vegetatie maakt of nestkasten en nestbuizen bewoont. Haar verborgen, nachtelijke levenswijze onder het bladerdek maakt dat ze nauwelijks bekend is bij het brede publiek.

Hazelmuis met bessen

Complexe habitatvereisten

De complexe ecologische vereisten verklaren waarom de hazelmuis zo kwetsbaar is en in verschillende landen uitgestorven of sterk achteruitgegaan is. Hazelmuizen zijn - in tegenstelling tot de meeste andere knaagdieren - zogenaamde K-strategen: ze hebben weinig jongen (gemiddeld 4-5) die ze lang verzorgen (6-8 weken), ze leven lang (tot 4-5 jaar) en er wordt zelfs vermoed dat ze een langdurige paarband aangaan. Om een volledig jaar door voldoende voedsel te hebben, hebben hazelmuizen een grote soortendiversiteit aan voedselplanten nodig. Hazelmuizen zijn sterk aan bos gebonden, met een uitgesproken voorkeur voor soortenrijke bossen met een rijk ontwikkelde struiklaag en veel variatie. Het voedsel bestaat uit bloemen, fruit, noten en insecten. Mantelzoomvegetaties langs bosranden en bospaden, bramenrijke struweelbegroeiingen op open plekken en houtkanten met een hoge diversiteit aan bes- en vruchtdragende soorten zijn ideaal voor hazelmuizen. Door de hoge eisen die hazelmuizen stellen aan hun habitat, kunnen ze slechts in lage dichtheden (max. 10/ha) voorkomen. Volwassen hazelmuizen zijn zeer plaatstrouw en hebben een klein leefgebied van 0,3-1 ha, wat gecompenseerd wordt doordat ze het in 3 dimensies gebruiken. Ze brengen vaak de ganse nacht in dezelfde boom door (tot 20 m hoog) en gaan meestal minder dan 50-100 m ver van het nest om te foerageren. Dit betekent dat hazelmuizen niet enkel een grote soortendiversiteit aan voedselplanten nodig hebben, maar ook dat deze aanwezig moet zijn op een zeer kleine oppervlakte. Hazelmuizen hebben ook een laag dispersievermogen. Korte afstanden (slechts 100 m) kunnen absolute dispersiebarriëres zijn als er geen boomverbindingen zijn. Om een kleine open ruimte te overbruggen, maken ze liever een lange omweg langs bomen en struiken dan rechtdoor over de grond te lopen. Al deze factoren maken dat de hazelmuis zwaar te lijden heeft onder bosversnippering, te weinig variatie binnen onze bossen in boomleeftijd en aantal boom- en struiksoorten, degradatie van mantelzoomvegetaties, houtkanten en hagen en het verdwijnen van hakhoutbeheer.

Lees meer >

Hazelmuishabitat

Hazelmuizen zoeken

Doordat hazelmuizen in zeer lage dichtheden voorkomen, 's nachts leven, zich in het bladerdek verstoppen en zelden op de grond komen, is de kans klein dat je ze per ongeluk ergens tegenkomt. Om hun aanwezigheid op te sporen kan je op verschillende manieren te werk gaan. Je kan hazelnoten zoeken, nestjes opsporen of speciale nestkasten en -buizen ophangen en controleren. Hoe je hierbij best tewerk gaat, kan je lezen in de handleiding die als bijlage bij het tweede Limburgse hazelmuisrapport zit.

Hazemuisnesten zoeken     Hazelmuis in nestingang

Hazelnoten zoeken
Zoals hun naam al aangeeft, zijn hazelmuizen verzot op hazelnoten. Deze noten zijn zeer energierijk en vormen in het najaar een belangrijke voedselbron om aan te vetten voor de winterslaap. Omdat we aan de hand van de knaagsporen de hazelnoten kunnen herkennen die door hazelmuizen zijn opgegeten, is dit een goede methode om te zien of ze in een bepaald gebied voorkomen. Het enige nadeel is dat de hazelaars niet alle jaren veel vruchten dragen. Om voldoende zeker te zijn of er al dan niet hazelmuizen voorkomen in een bosgebied, volstaat het niet om maar een paar hazelnoten te bekijken (tenzij je direct prijs hebt natuurlijk...). Een meer grondige zoektocht is aangeraden, omdat de hazelmuizen zich door hun kleine leefgebieden kunnen beperken tot een welbepaald gedeelte van het bos.
Het herkennen van de noten is geen echt specialistenwerk, maar het vraagt toch een beetje oefening. Je kan de noten daarom best bijhouden en aan ons bezorgen voor controle. Het is trouwens altijd leuk om je eigen verzameling van aangeknaagde noten aan te leggen. Gedetailleerde info over vraatsporen van hazelmuizen en andere dieren vind je in onze informatiefiches.

Nestjes zoeken
De inventarisatiemethode die we van onze Nederlandse collega's overgenomen hebben, is in het najaar randvegetaties afzoeken naar hazelmuisnestjes. Het is een tijdrovend werkje, maar het laat toe om dichtheden te schatten en jaar na jaar te vergelijken. Hazelmuisnesten herkennen is niet zo eenvoudig. Er is verwarring mogelijk met nestjes van dwergmuis, winterkoning enzomeer. Je leert het onderscheid het beste door regelmatig mee te gaan zoeken met mensen die meer ervaring hebben. En als je geluk hebt, krijg je dan heel af en toe ook een echte hazelmuis te zien als beloning voor je inspanning! Als we gaan inventariseren, zoeken we zowel naar hazelnoten als naar hazelmuisnesten, om zoveel mogelijk informatie over het voorkomen van de hazelmuis in te winnen.

Hazelmuizen zoeken     Hazelmuis op nest

Nestkasten en -buizen controleren
Voor het monitoren van hazelmuizen wordt in het Verenigd Koninkrijk reeds verschillende jaren gewerkt met speciale nestkasten. Die worden met de opening naar de boom opgehangen, zodat er minder vogels in komen. In het nestkastje maken de hazelmuizen nog steeds hun typisch bolvormig nestje. Een goedkoper alternatief zijn nestbuizen. De nestkasten en nestbuizen worden ook gebruikt als beschermingsmaatregel op zich, omdat ze extra nestgelegenheid bieden en zo de hazelmuisdichtheden zelfs kunnen verdubbelen.
Hazelmuizen worden vooral in de nestkasten en -buizen gevonden in september en oktober, met op sommige plaatsen ook een kleinere piek in mei. Het is niet de bedoeling om alle Vlaamse bossen vol te hangen met nestkasten en -buizen. We gebruiken deze vooral in het kader van onderzoek en willen de hazelmuizen eerder beschermen door aan habitatverbetering te doen: beter ontwikkelde randvegetaties en betere verbindingen tussen de geschikte habitatplekken. Wil je zelf hazelmuisnestkastjes ophangen in je tuin of in een natuurgebiedje, dan vind je hier een bouwplan om ze zelf te maken.

Hazelmuisjong in grasnest Hazelmuis in nestbuis Hazelmuis in nestkastopening

Hazelmuizen in respectievelijk grasnest (links), nestbuis (midden) en nestkast (rechts).

Verspreiding in de buurlanden

De hazelmuis kent een Palearctische verspreiding in Europa. In Frankrijk is ze onder andere aanwezig in de regio Nord-Pas-de-Calais, maar meestal ver van Vlaanderen. De uitzondering wordt gevormd door een waarneming in de periode 1984-99 op ongeveer 15 km van de grens met West-Vlaanderen.
In Nederland komt de soort enkel voor in Limburg, met twee kerngebieden vlakbij de grens met België. Het grootste en belangrijkste kerngebied ligt boven Wallonië, net ten oosten van de Voerstreek (Vijlenerbossen). Een kleinere, meer versnipperde populatie bevindt zich net boven de oostelijke grens van de Voerstreek. Het gaat hier om grensoverschrijdende boscomplexen met België en Duitsland. Deze totale grensoverschrijdende populatie wordt in Vlaanderen-Nederland-Duitsland geschat op 500 à 1.000 dieren.

In België is de verspreiding grotendeels beperkt tot het gebied ten zuiden van de lijn Samber en Maas, met enkele zeldzame waarnemingen ten noorden ervan. In Wallonië wordt het verspreidingsonderzoek uitgevoerd door de Universiteit van Luik (bron verspreidingskaartje: Libois 2006). In grote delen van Wallonië zijn er geen hazelmuizen aanwezig, wat te maken zou hebben met de dominantie van naaldhout in monocultuur. De verspreidingsgegevens zijn echter lang niet volledig, dus als je sporen van hazelmuis vindt in Wallonië, mag je deze altijd doorgeven aan de Universiteit van Luik of via Waarnemingen.be.

Bekijk de verspreiding op Europese schaal.

Verspreidingskaart hazelmuis in Wallonië

In 2011 en 2012 voerden we zelf ook verspreidingsonderzoek uit in de Waals-Duitse regio tussen Voeren en Aken in het kader van het Interreg-project Habitat Euregio. In heel wat van de daar gelegen bosgebieden konden we de aanwezigheid van hazelmuizen vaststellen. Op basis van deze informatie kan een plan uitgewerkt worden om de hazelmuisgebieden (beter) met elkaar te verbinden en zo de overleving van onze kleine populaties te verzekeren. De eerste nieuwsbrief van het Interreg-project kan je hier downloaden (Franse versie, Duitse versie).

 

Verspreidingsonderzoek in Vlaanderen

Hoewel de publicatie van het boek 'Zoogdieren in Vlaanderen' eind april 2004 misschien anders liet uitschijnen, had tot voor kort niemand enig zicht op de werkelijke toestand van de hazelmuis in Vlaanderen. In 2003, in dezelfde periode waarin de laatste hand werd gelegd aan de Vlaamse Zoogdierenatlas, startten we met een aantal bescheiden inventarisatie-excursies in de Voerstreek. Dit groeide uit tot de jaarlijkse hazelmuismonitoring zoals we ze nu kennen, waarbij we met een beperkte groep enthousiastelingen alles in het werk stellen om de resterende hazelmuispopulatie in Voeren op te volgen.
Omdat historische waarnemingen de basis vormen voor de keuze van de inventarisatiegebieden, leverden we in 2005 nog een ander monnikenwerk door zoveel mogelijk van deze waarnemingen te verifiëren. Zo konden we een aantal waarnemingen uitsluiten als zeker niet van hazelmuis, maar verkregen we ook nog een aantal extra waarnemingen die tot nu toe niet bekend waren. Op basis hiervan kunnen we in de toekomst meer gericht gaan zoeken naar mogelijke resterende populaties.

Limburg
Voor de provincie Limburg hebben we historische waarnemingen uit 3 regio's: Hasselt, Tongeren en de Voerstreek. Mogelijk hebben deze populaties ooit met elkaar in verbinding gestaan (o.a. via de groene Jekervallei), maar nu is dat zeker niet meer het geval. Er zijn een aantal voor hazelmuizen onoverkomelijke barriëres bijgekomen, zoals het Albertkanaal en de A2. Het boek 'Zoogdieren in Vlaanderen' vermeldt ook waarnemingen in Kanne (Riemst), maar deze zijn gebaseerd op nestjes van bosrankpluis, die we nu eerder aan bosmuis toeschrijven.

Historische verspreiding hazelmuis in Limburg

Locaties van de historische hazelmuiswaarnemingen uit de Zoogdierendatabank (8 = onzeker).

We startten onze zoektocht in 2003 in Teuven, één van de enige gebieden waarvan we sterke vermoedens hadden dat er nog hazelmuizen aanwezig waren, omdat het rechtstreeks aansluit bij de Nederlandse hazelmuispopulatie. Tijdens deze excursie troffen we meerdere hazelmuisnesten aan en zagen we ook 2 hazelmuisjes in levende lijve. Het was voor de meesten onder ons de eerste kennismaking met de hazelmuis en een eerste ervaring in de zoektocht naar sporen van dit tot de verbeelding sprekende knaagdiertje.

In 2004-2006 werd het onderzoek grootschaliger. In samenwerking met de Provincie Limburg, LIKONA, INBO, ANB Limburg en de Gemeente Voeren kamden we Zuid-Limburg en de Voerstreek en omgeving uit op zoek naar sporen van hazelmuis. Ook de habitatkwaliteit van de onderzochte bossen werd in kaart gebracht. De gegevens wijzen erop dat het huidige verspreidingsgebied beperkt is tot de oostelijke helft van de Voerstreek en dat ook hier de hoeveelheid geschikt habitat minimaal is. We vonden er hazelmuissporen in 5 bossen, die allemaal op zijn minst gedeeltelijk aangewezen zijn als bosreservaat (Broekbos, Konenbos, Teuvenerberg/Gulpdal/Obsinnich, Veursbos/Roodbos/Vossenaerde en Vrouwenbos/Stroevenbos/Sint-Gillisbos) en langs gans de spoorwegberm ten oosten van het centrum van Sint-Martens-Voeren. Ook in het Lobos vonden we sporen van hazelmuis (2 aangeknaagde kersenpitten). Alle overige bossen leverden geen enkel spoor van hazelmuis (meer) op. Los van onze inventarisaties werd in Altembroek in 2005 een hazelmuis gezien, op exact dezelfde plaats als in de jaren '90. Het totale aantal gevonden nesten in 2006 (106) lag heel wat hoger dan in 2005 (16). Dit is gedeeltelijk te danken aan de inventarisatie van een - qua habitatkwaliteit zeer geschikt - nieuw gebied (de Voerense spoorwegberm) en waarschijnlijk ook aan een goede voortplanting ten gevolge van de zeer goede vruchtzetting in 2006 van allerlei besdragende struiken (mirabel, zoete kers, ...). De gegevens wijzen echter nog steeds op een zeer kleine Vlaamse restpopulatie, die dringend beschermingsmaatregelen nodig heeft om te blijven voortbestaan. Onderstaand kaartje toont de huidige situatie voor de Voerstreek. De nummers op de kaart geven aan tussen welke bossen corridors dienen aangelegd te worden, met prioriteit 1 tot 7.

Actuele verspreiding van de haazelmuis in Limburg

Toekomstvisie hazelmuismetapopulatie met prioriteit (1-7) van de aan te leggen corridors
(paars = actueel bezet bos; rood = historische maar geen recente waarnemingen; groen = geen historische en geen recente waarnemingen).

 

Behalve het inventariseren op zich, zamelden we in 2004 zoveel mogelijk informatie in rond ecologie, inventarisatiemethodes en beschermingsmaatregelen. De resultaten van dit pilootproject schreven we neer in een eerste Limburgs hazelmuisrapport. Over de resultaten van 2005 schreven we een tweede Limburgs hazelmuisrapport. In dit rapport raden we ook een aantal concrete maatregelen aan voor habitatverbetering en -verbinding en voor de ontwikkeling van een hazelmuismetapopulatie (zie ook bovenstaand kaartje). In een volgend rapport geven we een samenvatting van alle voorgaande informatie en worden de beschermingsmaatregelen op basis van de bijkomende inventarisatiegegevens van 2006 verder uitgewerkt.

Al onze inspanningen leidden reeds tot heel wat acties ten voordele van de hazelmuis. We overleggen met allerlei terreinbeheerders (ANB/INBO, Gemeente Voeren, Regionaal Landschap Haspengouw & Voeren, NMBS/Infrabel, Natuurpunt Altembroek, privé-personen, ...) om te bekijken wat haalbaar is. De geadviseerde beheermaatregelen werden overgenomen in de beheerplannen voor de bosreservaten Broekbos, Teuvenerberg en Veursbos. Op basis van de voorliggende gegevens adopteerde de Gemeente Voeren de hazelmuis in het GALS-project (Gemeenten adopteren Limburgse soorten) en werd er een actieplan uitgeschreven met maatregelen ten voordele van de hazelmuis. Voor Infrabel maakten we een gedetailleerd beheerplan, zodat zij bij het onderhoud van de Voerense spoorwegbermen optimaal rekening kunnen houden met de hazelmuis. Dit alles leidde vanaf 2008 tot het daadwerkelijk uitvoeren van beheermaatregelen op het terrein met hopelijk tijdig de broodnodige versterking van de resterende hazelmuispopulatie tot gevolg.

Ook in de toekomst gaat de Zoogdierenwerkgroep verder met de kartering van het habitat en het volledige verspreidingsgebied van de hazelmuis in Vlaanderen, zodat het beheerplan kan bijgestuurd worden op basis van meer volledige gegevens. In Voeren is de verspreiding nu voldoende gekend en zijn we in 2007 gestart met een jaarlijkse monitoring, die grensoverschrijdend uitgevoerd zal worden in samenwerking met onze Nederlandse collega's (De Zoogdiervereniging, Stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen en Centraal Bureau voor de Statistiek). We hebben hier 16 transecten afgebakend, die in de periode 15 september-15 november elk jaar tweemaal worden afgezocht op de aanwezigheid van hazelmuisnestjes. In 2007 (een jaar met veel vruchten en massa's hazelnoten) leverde deze zoektocht maar liefst 206 nestjes op langs de transecten en nog eens 49 nestjes daarbuiten. Er werden in totaal zelfs 66 hazelmuisjes gezien! En in 2011 was er nog meer voedsel en werden nog veel meer nesten gevonden. De schommelingen in de hazelmuisindex komen overeen met de van nature sterke aantalsfluctuaties. Een populatie die op een paar honderd individuen geschat wordt, heeft echter een hoge kans op uitsterven in een van de 'slechte' jaren, wat beschermingsmaatregelen zeer dringend maakt. Monitoring over een veel langere periode is noodzakelijk om echt iets over een eventuele trend in het jaarlijkse aantal hazelmuisnesten te kunnen zeggen.

Trend hazelmuizen doorheen de jaren     Wijfje hazelmuis bij nest

Index die de schommelingen van het aantal hazelmuisnesten in Voeren over de jaren weergeeft.

2005 en 2006: gestandaardiseerde monitoring nog niet gestart.

2011: exclusief (laagste waarde) en inclusief (hoogste waarde) nesten uit nestkasten.

In 2010-2012 liep er in Voeren ook een Limburgs biodiversiteitsproject rond de hazelmuis, dat uitgevoerd werd door Natuurpunt Studie/Zoogdierenwerkgroep, Regionaal Landschap Haspengouw & Voeren, Gemeente Voeren en de Universiteit van Luik, met ondersteuning van de Provincie Limburg en ANB. Binnen dit project werd er gewerkt aan een betere kennis van het functioneren van de resterende hazelmuispopulatie om zo meer gerichte beschermingsmaatregelen te kunnen nemen, samen met allerlei educatieve en sensibiliserende activiteiten en terreinacties. Het project is nu afgelopen, maar de activiteiten worden nog steeds verdergezet door de vrijwilligers van de Zoogdierenwerkgroep.

Vlaams-Brabant
In 2005 werd - na enkele jaren ervaring opgedaan te hebben in de provincie Limburg - ook in de provincie Vlaams-Brabant van start gegaan met hazelmuisinventarisaties, in samenwerking met de Provincie Vlaams-Brabant en BRAKONA. Er werden historische waarnemingen ingezameld en geverifieerd. Deze gegevens en de zoektocht ernaar worden uitgebreid beschreven in ons Vlaams-Brabants hazelmuisrapport. Na verificatie bleven historische hazelmuiswaarnemingen over in Bertembos, Koebos/Langenbos, Rolwei en Langesteenbos. Nieuwe inventarisaties in deze bossen en in een reeks andere potentieel geschikt geachte bossen werden uitgevoerd door vrijwilligers van de Zoogdierenwerkgroep en de Natuurstudiegroep Dijleland. De habitatkwaliteit van deze 25 bossen werd in kaart gebracht en de marginaal en optimaal geschikte habitatplekken werden uitgekamd op zoek naar hazelmuisnesten en aangeknaagde hazelnoten. Het rapport geeft per gebied een korte beschrijving van de vegetatie en een kaartje met de locaties van de geschikte habitatplekken.

Verspreiding hazelmuis in Vlaams-Brabant
 

De gegevens doen ons vermoeden dat de hazelmuis (zo goed als) uitgestorven is in Vlaams-Brabant. In geen van de gebieden met historische waarnemingen werden nog sporen van hazelmuis aangetroffen, evenmin als in de andere geïnventariseerde bossen. Bijna nergens werden optimaal geschikte habitatplekken aangetroffen. Habitatdegradatie en -versnippering lijken hier nefast geweest te zijn voor deze zeer kwetsbare soort. 

In de gebieden met historische waarnemingen en in de nabije omgeving werd nog een aantal jaar verder gezocht worden om meer zekerheid te verkrijgen over het al dan niet volledig verdwenen zijn van de hazelmuis. In het rapport met de gegevens van 2006 kan je hier alvast meer over lezen.

West-Vlaanderen
In de West-Vlaamse gemeente Oostkamp werden in 1995 en 2001, op 2 plaatsen die nauwelijks een paar kilometer uiteen liggen, door de bewoners van 2 landelijk gelegen huizen waarnemingen van hazelmuizen beschreven. Eén dier was gepakt door de kat, het andere had de hele winter lang te slapen gelegen in een baal stro. De beschrijvingen waren telkens zo nauwkeurig dat er over de betrouwbaarheid van de waarnemingen geen twijfel bestaat. Bij het geval in 1995 was de vaststelling dat de nabije omgeving van deze locatie ook in onverdachte omstandigheden een geschikt hazelmuisbiotoop zou vormen, alleszins intrigerend. Of het hier dus ging om een niet-ontdekte restpopulatie of recent versleepte dieren die er - net omwille van het geschikte biotoop - in slaagden een tijd te overleven, is niet met zekerheid te zeggen. De meest nabije populatie bevindt zich ruim 50 km zuidelijker, iets ten zuiden van de provincie West-Vlaanderen, in Ploegsteert (Wallonië). Het is wel mogelijk dat er hazelmuizen voorkomen in de zuidwestelijke regio's van Vlaanderen (Doornik en Baudour, Saint-Ghislain), die aansluiten bij de populaties in de Franse Ardennen, maar tot hiertoe zijn hier geen waarnemingen.
In 2005 legden we contacten met lokale vrijwilligers uit Ploegsteert, die tot voor een aantal jaren heel regelmatig hazelmuizen aantroffen tijdens nestkastcontroles in het Bois de la Hutte. Dit bos bevindt zich op een boogscheut van de meer bekende Kemmelberg (156 m) in de West-Vlaamse Heuvelstreek, van waar tot nu toe echter geen historische waarnemingen van hazelmuizen bekend zijn. Ook gingen enkele mensen van de Zuid-West-Vlaamse Zoogdierenwerkgroep eens rondneuzen in de omgeving, waar ze nog geschikt hazelmuisbiotoop aantroffen.

In de herfst van 2006 ging een groepje plaatselijke vrijwilligers polshoogte nemen in Henegouwen in het Bois de la Hutte, evenals in het nabijgelegen Bois de Ploegsteert en het natuurreservaat De Kleiputten. Er was alleszins geschikt hazelmuishabitat aanwezig, maar sporen van hazelmuis werden er niet gevonden.

In 2007 ging dan een meer intensieve zoektocht door in de omgeving van Ploegsteert. Er werden slaapmuizennestkasten opgehangen in het Bois de la Hutte, De Kleiputten en de Briqueterie de la Lys. In het najaar organiseerden we een hazelmuisweekendje in deze omgeving en werden deze gebieden samen met het Bois de Ploegsteert grondig uitgekamd. De nestkasten werden gecontroleerd, maar er werd geen spoor van hazelmuizen aangetroffen. Eikelmuizen zagen we daarentegen des te meer! Wat startte met het ophangen van nestkasten groeide de daaropvolgende jaren uit tot een mooi beschermingsproject voor de eikelmuis, onder andere via het BIPS-project.

Hazelmuis op tak

Oost-Vlaanderen
Voor de provincie Oost-Vlaanderen dateert de enige zekere hazelmuiswaarneming van augustus 1973. In Het Burreken in Brakel-Zegelsem lag een hazelmuis te slapen in een boomholte aan een bosrand. Mogelijk ging het hier om een verplaatst of ontsnapt individu, aangezien er verder geen waarnemingen bekend zijn uit deze provincie. Toch zijn er nog enkele onzekere waarnemingen uit dezelfde regio die kunnen wijzen op de (historische) aanwezigheid van een hazelmuispopulatie, aansluitend bij de populaties in de Franse Ardennen. In 1984 zou er een hazelmuis gezien zijn in Zottegem, rond 1995 eentje gevangen door een kat in Zarlardinge en rond 2000 werd een mogelijk hazelmuisnest gevonden in een braamstruweel in het grensgebied Vloesberg-Brakel.
In Oost-Vlaanderen werden recent geen hazelmuisinventarisaties uitgevoerd en ook geen toevallige waarnemingen gedaan. De Vlaamse Ardennen betreffen in ieder geval een regio die om nader onderzoek vraagt.

Antwerpen
Eén waarneming uit de provincie Antwerpen (Itegem, Heist-op-den-Berg, 2001) werd geverifieerd en bleek fout te zijn. Voor de rest zijn er geen waarnemingen bekend uit deze provincie.

Lees over de mogelijkheden voor de bescherming van de hazelmuis in Vlaanderen in onze rubriek 'Zorg'.

Voor meer informatie kan je contact opnemen met de projectcoördinator:

Goedele Verbeylen
Natuurpunt - Zoogdierenwerkgroep
Coxiestraat 11, 
2800 Mechelen
Tel.: 015/29.72.44

                                                                                                          

                                                                                                  neem deel aan de discussiegroep Gliridae-Limburg

Meer weten

X