Braakballen pluizen

Uilen en andere vogelsoorten (roofvogels, reigers, ...) eten muizen en andere prooidieren, waarvan ze de onverteerde resten uitbraken in de vorm van braakballen. Op plaatsen waar deze vogels regelmatig rusten ('roesten') kan je soms grote aantallen van deze braakballen vinden. Door ze uit te pluizen en de schedelresten op naam te brengen krijg je een indruk van de kleine zoogdierenfauna in de buurt van de vindplaats.

Niet iedere vogelsoort levert geschikte braakballen. Die van buizerd en torenvalk bevatten maar zelden schedelresten, omdat ze verder dan bij uilen worden verteerd door de maagsappen en omdat roofvogels hun prooien plukken. Uilen daarentegen slikken hun prooi met huid en haar in. Het meest geschikt zijn de braakballen van de kerkuil. Deze uil eet alles wat hij te pakken kan krijgen, ook spitsmuizen. Bosuilen doen dat ook, maar hun braakballen zijn veel moeilijker te vinden. Braakballen van ransuilen zijn wel gemakkelijk te vinden op winterroestplaatsen, maar ze eten vooral woelmuizen en ware muizen. Steenuiltjes eten vooral insecten, dus hun braakballen bevatten weinig zoogdieren.

Braakballen pluizen levert informatie op over de verspreiding van kleine zoogdieren. Als je op een gestandaardiseerde wijze werkt (eenzelfde aantal braakballen inzamelen op regelmatige tijdstippen op steeds dezelfde plaatsen), kan je ook iets zeggen over veranderingen in verspreiding en aantallen en kan je dus aan monitoring doen. In 2007 hernieuwden de zoogdierenwerkgroepen van Natuurpunt en de JNM hun overeenkomst met de Kerkuilwerkgroep om jaarlijks uit 22 UTM5-hokken in Vlaanderen (zie kaartje) telkens 30 kerkuilbraakballen te pluizen. Elk van deze UTM5-hokken werd geadopteerd door één of meerdere pluis-vrijwilligers. Wil je hieraan meewerken, stuur dan een mailtje naar onze braakbalcoördinator.

Braakballen pluishokken

Daarnaast zamelen we ook losse braakbalgegevens in om onze verspreidingskaartjes aan te vullen. Wil je zelf gaan pluizen, dan kan je ofwel braakballen gebruiken die je ergens gevonden hebt ofwel kerkuilbraakballen vragen aan de Kerkuilwerkgroep. Zij leveren braakballen voor educatieve activiteiten e.d. De Kerkuilwerkgroep pluist ook zelf braakballen om meer te weten te komen over de voedselecologie (prooisoort, -grootte, -aantallen, ...) van de kerkuil. Droog verse braakballen altijd in een papieren zak of krantenpapier, want in een plastic zak gaan ze schimmelen en rotten!

Wat bezorg je ons na het pluizen? Eerst en vooral het ingevulde braakbalformulier (alles samen (170 kb) of gegevens per braakbal afzonderlijk (180 kb)) en de schedeltjes van de vetgedrukte soorten (zeldzaam of moeilijk te determineren). Bezorg ons indien mogelijk alle resten (schedeltjes en pluisresten in 2 aparte zakjes of potjes), zodat we in geval van twijfel alles kunnen dubbelchecken en we de schedeltjes eventueel kunnen gebruiken voor meer diepgaand onderzoek. Ben je zeker van de determinatie dan kan je je gegevens ook rechtstreeks ingeven met onze invoermodule op de website van de Kerkuilenwerkgroep Vlaanderen.

Ontlede braakballen        Portie braakballen

Wat heb je nodig om te pluizen?

  • braakballen
  • gladde en lichte ondergrond (bv. beschermend krantenpapier met een wit papier om op te werken)
  • goede belichting
  • determinatietabellen
  • notitiebladeren
  • potjes (om schedeltjes in te stoppen, bv. plastic filmpotjes)
  • pincetten (naalden)
  • tandenborstel met zachte haren
  • schuifpasser
  • loep (vergroting 8-10x)
  • plastic zak (voor het verzamelen van het pluisafval)

Determinatietabellen zijn te verkrijgen in de Natuur.winkel maar je kan ook hier een beknopte pluistabel downloaden of gebruik maken van onze pluisposter.

Bedenk dat 1 braakbal ongeveer 10 min. tijd in beslag neemt (of zelfs een half uur als je nog niet veel ervaring hebt).

braakballen_determinatie1

X