Verstop- en overwinteringsplekken voor zoogdieren

Zoogdieren verkiezen rommelhoekjes waar ze zich gemakkelijk kunnen verstoppen en veilig voelen tegenover alles wat hen naar het leven staat. Tegelijk vinden er ook andere dieren een leefgebied die zoogdieren voedsel verschaffen. Tal van tuinelementen kunnen een schuilplaats bieden op voorwaarde dat er voldoende toegangen en holten aanwezig zijn. Deze kruipruimten moeten net gepast zijn om er zich doorheen te wringen en om een comfortabele slaap- of nestplek te maken.

Niet alleen een veilige maar vooral een ongestoorde en tegen wind en weer beschutte plek is belangrijk. De aanwezigheid van een dekkinggevende vegetatie er rondom bevordert dit. De vegetatie kan bovendien als nestmateriaal worden gebruikt. Kies steeds een droge en warme plek uit. Zorg er zo nodig voor dat de bodem waarop de constructie wordt gebouwd lichtjes afhelt. Vorm en grootte worden op de beoogde soorten afgestemd. Voor een hoogte van 0,5 m en een doormeter van minstens 1,5 m vereist. Hoe groter de voorziening is hoe beter deze geïsoleerd is en dienst kan doen als overwinteringsplek. Ze kan dan ook dienen voor zowel kleine (o.a. spitsmuizen, wezel, muizen) als middelgrote zoogdiersoorten (o.a. bunzing, egel).

Geschikte schuil- en nestplekken vormen takkenhopen, houtstapels, wortelkluiten, steenhopen, hooimijten, composthopen, (holle) boomstammetjes en andere losse constructies. Hierna worden enkele voorbeelden van eenvoudige schuil- en overwinteringsplekken gegeven, bestemd voor de egel, maar evenzeer bruikbaar voor andere kleine zoogdieren.

Principeschets van een schuilplaats voor zoogdieren.

Principeschets egelkunstbouwHoop van hout- en bladafval

  1. mengeling van zand en grint
  2. grove stenen en/of boomstammetjes
  3. bladstrooisel en fijn takhout
  4. groot takhout

Takkenhopen en -rillen

In de regel volstaat het om op een droge plek snoeihout van verschillende dikte op een grote hoop te gooien. Je kan dit evenwel perfectioneren door voor het stapelen onderaan met grote(re) houtblokken enkele toegangen en ruimten te creëren. De gangruimten sluiten niet rechtstreeks op de buitenruimte aan; d.w.z. dat ze in bochten worden aangelegd, zodanig dat de wind niet rechtstreeks onder de houtmijt kan blazen. Om de houthoop te stabiliseren kunnen ook vier hoekpalen ofwel drie of meer geschrankte palen in de grond worden gehouwen waartussen het takhout wordt gelegd. De houtstapel kan ook in de lengte als een ril worden aangelegd en tegelijk als afscheiding dienen. Takken van gewone es en wilg zijn het meest geschikt voor de bouw van een langgerekte takkenril. Om nieuwsgierige honden en katten weg te houden kan een buitenlaag van snoeihout van doornige struiken (o.a. meidoorn en sleedoorn) en bramen worden voorzien.

Veelheid van schuilplaatsen (links) onder de vorm van takkenhopen (vooraan), houtstapels (centraal) en takkenrillen (achteraan).

                Takkenhopen

Principeschets van een takkenril.

Schema van een takkenril     Takkenrillen nabij bosrand

Compost- en loofhopen

Een goede composthoop bestaat uit een mengeling van fijn en ruw tuinafval dat afwisselend op de composthoop wordt gelegd. Om het materiaal bij elkaar te houden wordt met behulp van vier hoekpalen en vier houten paletten, die als wanden dienen, een kistvormige constructie gemaakt. I.p.v. paletten kan ook rondom een fijnmazige gaasdraad worden gespannen. In beide gevallen is het van belang dat de wanden onderaan tot op een hoogte van 20 cm open blijven zodat dieren eronder kunnen kruipen.

Dergelijke constructie kan ook worden gevuld met bladafval dat met klein takhout wordt vermengd om het bladstrooisel luchtig te houden. Het kan ook volstaan om het bladstrooisel op grote hopen te werpen.

Compost- of loofhopen (links) en menghopen van kluiten, stammen en takken (rechts) zijn snel en eenvoudig aan te leggen en worden door veel zoogdiersoorten gebruikt als schuilplaats.

Composthoop voor egel     Houtstapel voor zoogdieren

Hooimijten

Bussels hooi en/of stro worden zodanig gestapeld dat ertussen gangen en ruimten overblijven waartussen dieren kunnen kruipen. De ruimten staan met elkaar in verbinding en de gangen hebben een kronkelend verloop. Grote hooimijten kunnen centraal worden voorzien van een stapel houten paletten, waarop het hooi wordt geworpen of waarop en waarrond de hooibalen worden gestapeld. Je kan in de tuin ook een ouderwetse ruiter van palen opzetten en die bedekken met stro, hooi of maaisel. De bouw van een ruiter is eenvoudig en kan je onder deze link bekijken. De ruiter moet voldoende breed zijn en de deklaag moet jaarlijks minstens één keer worden ververst - bij voorkeur in het vroege najaar. Bekijk hier een filmpje van een bunzingmoertje die een nest heeft in een hooimijt.

Hooimijt_in_stal     Hooiruiters

Houtstapels

Wie over een eigen houtvoorraad beschikt kan deze zodanig stapelen dat er openingen overblijven waartussen zoogdieren zich kunnen verschuilen. Meerdere korte en brede houtstapels functioneren beter dan één lange smalle houtstapel. Stapel vooral onderaan de wat grovere en grilligere houtstukken. In het geval van houtafval kunnen losse houthopen van wortelkluiten, boomstammen en dik takafval worden opgeworpen. Eventueel kan de bodem met klein takafval, hakselhout of bladstrooisel worden afgedekt.

Grote houtstapel

houtstapel

Steenhopen

Het meest geschikt zijn steenhopen die uit verschillende steenmaterialen worden opgebouwd zoals bakstenen (waaronder ook snelbouwstenen met gaten), holle dakpannen, kasseien, grote natuurstenen, ijzerzandsteen, betondallen, klinkerstenen en andere ruw en ongelijkvormig inert materiaal. Het geheel wordt op een zonnige plek losjes opeengestapeld en waar mogelijk kunnen stukjes buis van beton of gebakken klei worden ingebouwd. Grotere hoeveelheden kunnen ook gewoon op hopen worden geworpen.

Kleine, losjes gestapelde hopen van stammetjes (links) en stenen (rechts).

Houtstapeltje     Stenenhoop

Houtafval

Een stuk van een holle boomstam, een fruitkistje, een oud nachtkastje, een in onbruik geraakt hondenhok, een achtergebleven kastschuif, een vervallen trap of een andere kleine of grote houtstructuur die ruimte biedt, kan als nest- of schuilplaats dienen. Het volstaat dat ze verdekt worden opgesteld en dieren er toegang toe krijgen. Dit kan door ze gevuld met hooi onder een hooimijt, houtstapel of tussen wat rommel te verbergen. Een buisje dat naar de opening leidt, kan de aandacht trekken en de richting tonen.

Op dezelfde manier kunnen ook ongebruikte houtplaten, -paletten en -planken op een beschutte plek tegen de muur van een stal of tuinhuisje worden gezet. Het materiaal is minstens 0,5 m lang en breed. Tussenin wordt wat hooi of bladafval geduwd. Naderhand kan men het materiaal met een klimplant, zoals klimop, laten overgroeien.

Onderbouw van tuinhuisje

Veel tuinhuisjes en andere kleine tuinconstructies hebben een open onderbouw die uitstekend geschikt is als verblijfplaats voor zoogdieren. Delen hiervan kunnen worden afgesloten en als nestruimte worden ingericht. Eventueel kan er bladafval, hooi of stro worden ondergelegd. Wil je bepaalde dieren uitsluiten (bv. vos) dan kan een smalle opening van 10 cm en een kronkelende toegang worden voorzien.

Stenen potten

Oude bloempotten met een groot bodemgat of een afgebroken stuk dat als opening kan dienen, worden omgekeerd op een droge plek onder de struiken gelegd en kunnen dienen als nestplaats voor muizen en spitsmuizen. Ook overwinterende hazelmuizen zijn reeds in dergelijke potten gevonden.

Nestpot voor muizen          Nestpot voor vleermuizen

Meer weten

X