Wat is er aan de hand met de bunzing ?

De achteruitgang wordt bevestigd door het aantal ingezamelde bunzings via het Marternetwerk (zie grafiek). Hier moet wel rekening worden gehouden met een afzwakkende inzamelinspanning na de aanvangsjaren en de boodschap in 2006 om niet-intacte bunzings tijdelijk als minder prioritair voor inzameling te beschouwen. Dit was toen uit overmacht omdat het INBO de grote hoeveelheid ingezamelde bunzings van de voorgaande jaren niet tijdig kon verwerken onder meer door een tijdelijk personeelstekort. De grote terugval in het aantal dateert evenwel reeds van vóór deze boodschap. De voorbije twee jaar werd, naar aanleiding van de alarmerende signalen (zowel op lokaal als op Europees niveau), gevraagd aan de medewerkers van het Marternetwerk om opnieuw alle bunzings (in welke toestand dan ook) in te zamelen. Momenteel stelt men vast dat de aantallen opnieuw schommelen rond het niveau van 2006.

Grafiek evolutie slachtoffers steenmarter en bunzing

Het is opvallend dat de terugval in de ingezamelde dieren na het aanvangsjaar helemaal niet opgaat voor de steenmarter. Het aantal ingezamelde bunzings was in 1998 een zevenvoud van het aantal ingezamelde steenmarters. Tegenwoordig worden bijna dubbel zoveel steenmarters dan bunzings ingezameld. Het aantal verkeersslachtoffers van beide soorten (dus inclusief de niet-ingezamelde) vertoont over de jaren heen een analoog verloop als de ingezamelde verkeersslachtoffers.

Alles wijst er op dat de bunzing in onze streken wel degelijk sterk achteruitgegaan is. De oorzaken van deze achteruitgang zijn niet goed gekend; mogelijk zijn de voortschrijdende schaalvergroting in de landbouw en de hiermee gepaard gaande habitatfragmentatie, het dichter wordend wegennet en het toenemend verkeer, een verhoogde opname en opstapeling van gifstoffen in het milieu en de achteruitgang van de konijnenstand. Waarschijnlijk is het een combinatie van factoren en werkt de ene factor versterkend ten opzichte van de andere, waarbij op een bepaald moment een kritische drempel wordt bereikt en overschreden.

Soms wordt gesuggereerd dat de dalende bunzingstand een rechtstreeks gevolg is van de opkomst van de steenmarter. Hoewel enige invloed niet uit te sluiten is, lijkt dit weinig waarschijnlijk gezien het verschil in terreingebruik en de slechts gedeeltelijk overlappende voedselkeuze van beide soorten. Dit verschil wordt in Vlaanderen bevestigd door analyse van maaginhouden. Steenmarters eten - in tegenstelling tot bunzings - behoorlijk veel plantaardige kost (vooral allerlei fruit), keukenafval alsook allerlei ongewervelden zoals rupsen doch bijna nooit amfibieën. Deze laatste vormen precies een zeer belangrijk aandeel in het menu van de bunzing. Enkel de kleine zoogdieren en vogels zijn gemeenschappelijk in de voedselkeuze. In Nederland heeft men recent aan de hand van zenderonderzoek vastgesteld dat beide soorten elkaar niet uitsluiten.

Ook de herkolonisatie van de vos, die een decennium eerder op gang is gekomen dan deze van de steenmarter, zou in principe een rol kunnen spelen in de achteruitgang van de bunzing, hoewel het vreemd is dat bunzing en steenmarter daarbij een tegengestelde trend vertonen.

De onderzoeksgroep genetische diversiteit op het INBO probeert zicht te krijgen op de genetische diversiteit van een aantal marterachtigen (bunzing, steenmarter en das). De populaties van steenmarter en das blijken alvast weinig of geen last te hebben van genetische isolatie en zijn genetisch gezond. Bij bunzing is er weliswaar nog geen sprake van inteelt, maar bunzings uit West-Vlaanderen vertonen wel een lagere genetische diversiteit dan bunzings uit Limburg.

Op toxicologisch vlak worden in samenwerking met de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Gent pogingen ondernomen om meer inzicht te krijgen in de invloed van gifstoffen, waaronder residuen van rodenticiden (rattenvergif), die aanwezig zijn in weefsels van bunzings.

Een ander potentieel probleem voor de bunzing als soort is hybridisatie met fretten.

Het is duidelijk dat de bunzingproblematiek een ingewikkeld kluwen is. Langetermijnonderzoek op verkeersslachtoffers is onmisbaar voor het ontrafelen van dit kluwen. Dode bunzings worden daarom met verhoogde aandacht via het Marternetwerk ingezameld.

X