Methoden voor observatie, inventarisatie en onderzoek

Wilde zoogdieren zijn niet eenvoudig te inventariseren omdat ze schuw en meestal nachtactief zijn. Hierdoor vereisen de inventarisatiemethodes meestal enige ervaring en zijn ze vaak tijdrovend of moeilijk. Wil je zoogdieren te zien krijgen, dan kan je 's nachts met de zaklamp op tocht gaan (gebruik dan wel een roodfilter om verstoring te beperken) of rondlopen tijdens de avondschemering of het ochtendgloren. Wil je overdag inventariseren, dan zijn enkel sommige dagactieve soorten, zoals konijn en eekhoorn, gemakkelijk waar te nemen en moet je terugvallen op andere methodes. Je kan op zoek gaan naar allerlei sporen, zoals prenten (pootafdrukken), vraatsporen, uitwerpselen, veeg-, wroet- en krabsporen, haren (aan prikkeldraad, via haarvallen, ...), nesten, geurmerken, wissels (looppaden), dode exemplaren (o.a. verkeersslachtoffers) en geluid. Voor een aantal soorten heb je niet veel ervaring nodig. Iedereen kan wel een molshoop herkennen... Voor veel andere soorten is het herkennen van sporen niet altijd eenvoudig. Door sporengidsen te lezen (een aanrader hierbij is de Nederlandse KNNV-diersporengids van Annemarie van Diepenbeek) kan je al heel veel bijleren. De beste methode om sporen te leren herkennen, is vaak op pad gaan met meer ervaren zoogdierkenners. Andere specifieke methodes om kleine zoogdieren te inventariseren, zijn ze levend vangen of braakbalonderzoek. Daarnaast is het afnemen van interviews een vrij eenvoudige methode om meer te weten te komen over de verspreiding van zoogdieren. Voor sommige soorten bieden we ook gestandaardiseerde inventarisatie- en monitoringmethodes aan:

  • muizen, spitsmuizen en woelmuizen: De Zoogdierenwerkgroep heeft een gestandaardiseerde methode uitgewerkt om de aantalschommelingen van muizen van jaar tot jaar op te volgen. Je vind er alles over op de pagina van het Muizenmeetnet
  • kleine zoogdieren: braakballen pluizen;
  • eekhoorn: nesten tellen en haarvalonderzoek;
  • eikelmuis: nestkasten controleren en interviews afnemen;
  • hamster: burchten zoeken;
  • hazelmuis: nesten zoeken en nestkasten/buizen controleren;
  • waterspitsmuis: lokbuizen uitleggen om keutels in te zamelen, schuilplaatsen van golfplaat maken en controleren, haren inzamelen via haarvallen en braakballen pluizen;
  • boommarter: nestbomen zoeken.

Daarnaast organiseert de Vleermuizenwerkgroep ook vleermuizeninventarisaties. Enerzijds gaat dit om wintertellingen op meer dan 200 plaatsen verspreid over Vlaanderen, in mergelgroeven, forten en kleine objecten, zoals ondergrondse gangen, kelders, bunkers en ijskelders. Anderzijds worden er in de zomer ook transecten afgelopen en kolonies opgespoord. Het opsporen en op naam brengen van vleermuizen gebeurt met de bat-detector. In het verleden waren vooral de 'Sound Advice' en de 'Bat-box' populair. Daarna kwam de D100 van Pettersson. Nu worden vaak time-expansion-detectors gebruikt in combinatie met een eenvoudige walkman (meestal van het type Minidisc- of DAT-recorder). Hiermee worden geluiden opgenomen die men nadien met behulp van speciale computersoftware kan analyseren. Voor meer informatie hierover kan je terecht bij de Vleermuizenwerkgroep.

X