Gebruik van cameravallen

Foto- of cameravallen zijn een ideaal hulpmiddel om de aanwezigheid van zoogdieren in een gebied na te gaan. Wil jij hiermee ook aan de slag gaan ? Lees dan eerst onderstaande tips. Geef achteraf ook de soorten die je op beeld ‘gevangen’ hebt in op waarnemingen.be ! Daar kun je ook terecht indien je niet zeker bent over welke soort het gaat.

Wat zijn cameravallen ?

Een cameraval is een modern hulpmiddel om wilde dieren te fotograferen of te filmen. Het wordt gebruikt om de aanwezigheid van een dier in een gebied aan te tonen ofwel een nachtelijke activiteit of moeilijk waarneembaar gedrag vast te leggen. Het zijn speciale camera’s die automatisch een foto of film maken als er iets beweegt voor de camera. Het gebruik van foto- en cameravallen is een goede onderzoeksmethode voor de grotere roofdieren zoals vos en das maar ook voor andere grotere zoogdieren. Steeds meer mensen kopen of gebruiken een cameraval om te onderzoeken welke zoogdieren er in hun buurt of reservaat voorkomen. De toestellen zijn over het algemeen eenvoudig in gebruik, verstoren bij goed gebruik de dieren nauwelijks en leveren soms erg leuke beelden of filmpjes op.

Enkel tips voor gebruik

  1. Geschikte plaats kiezen. Je kan de cameraval best op een plaats opstellen waarvan je weet dat er regelmatig zoogdieren voorbij komen. Dit kan een wissel zijn of een hol waarvan je niet weet door welk dier het wordt bewoond. Ook vernauwingen in het landschap (bv. een brug over een waterloop of een onderdoorgang), lijnvormige landschapselementen (bv. een heg of houtkant) of een opvallend element (bv. een omgevallen boomstam) zijn goede locaties met een grote kans op succes.
  2. Ophangen van de camera. Eens je zo’n plaats hebt gevonden, is het de kunst om de val op een geschikte en veilige en lefst wat verborgen plaats vast te maken. Bomen zijn hiervoor ideaal maar ook een paal kan hier voor dienen. Lees vooraf goed de handleiding van je toestel. Controleer vooral het bereik van je camera (hoe ver of hoe dicht kan die beweging waarnemen).
  3. Camera richten. Richt de camera zoveel mogelijk op het noorden om de IR-sensor niet onnodig door de opgaande of ondergaande zon te laten afgaan. Zorg er om dezelfde reden voor dat binnen een afstand van 20 m geen ongewenste bewegende voorwerpen (bv. waaiende takken of struiken) in beeld komen. Plaats de camera zodanig dat de onderste vijftien centimeter van de ruimte ervoor buiten het sensorbereik valt. Zo hou je muizen buiten beeld tenzij je dat wil.
  4. Focusafstand. Test de afstand waarop de foto’s het scherpst zijn (meestal op 1,5 à 2 meter). Hou er rekening mee bij het plaatsen en richten van de camera. Zo worden de foto’s niet onscherp of overbelicht. Wanneer de camera overbelicht, kun je best een lichtfiltertje voor de flits kleven.
  5. Het is nuttig om vooraf enkele proefopnames te maken. Zo zie je of alles naar behoren werkt. Zet daarbij een leitje met gegevens over afstand en tijd in beeld (een beetje schuin om reflectie van de flits te voorkomen). Zo kun je achteraf de meest gunstige plaats en opnametijd bepalen. Een testfoto van een voorwerp van gekende grootte en op een gekende afstand, helpt om de grootte van dieren op latere foto’s te schatten.
  6. Diefstalpreventie. Probeer de cameraval zoveel mogelijk uit het zicht van mensen te hangen. Het gebeurt regelmatig dat zo’n cameraval gestolen wordt. Hiervoor kan je wel een beschermende metalen behuizing kopen bij de leverancier van je camera, maar dieven zijn vaak inventief. Hang op of nabij de cameraval ook een papiertje met je naam en telefoonnummer, zodat mensen je kunnen contacteren als ze vragen hebben of iets willen melden.
  7. Eigendomsrechten en privacy. Respecteer eigendomsrechten en vraag steeds toestemming aan de eigenaar of beheerder van het terrein waar je de cameraval wilt ophangen vóór je de camera plaatst. Zorg dat je daarbij ook de privacywetgeving respecteert door onder meer je camera niet te richten op locaties waar mensen voorbij komen. 

Wat doe je best niet

Gebruik bij voorkeur geen lokstoffen of voedsel. Als je de val op een geschikte plaats zet, is het niet nodig de dieren nog te lokken. Het nadeel van lokstoffen en het voederen van dieren, is dat je het natuurlijk gedrag verstoort. En dat is net het grote voordeel van een cameraval. Indien je toch een lokstof gebruikt, beperk dit dan tot een eenmalig gebruik en wees matig.

Contacteer vooraf de Zoogdierenwerkgroep of het INBO om te controleren of je geen bestaand/lopend onderzoek verstoort. Op verschillende plaatsen worden momenteel cameravallen ingezet voor wetenschappelijk onderzoek (o.m. voor monitoring van marterachtigen) of inventarisatieopdrachten.

Welk type ?

De cameravallen kan je op meerdere manieren indelen. Enerzijds heb je het verschil tussen de camera’s die werken met een gewone flits (in zichtbaar licht) en camera’s die werken met een infraroodflits. Het voordeel van het tweede type is dat het fotograferen ’s nachts minder opvalt en daardoor de fauna minder verstoort en niet de aandacht trekt van passanten. Het nadeel is dat het onderscheid tussen boom- en steenmarter erg moeilijk wordt. Verder heb je camera’s die filmpjes maken en andere die alleen foto’s maken. Belangrijke verschillen zitten ook in de reactiesnelheid van de camera: de tijd die verstrijkt tussen detectie van de beweging en de foto-opname.  Hoe sneller de camera reageert, hoe beter. Snelle camera’s hebben wel een smaller beeld dan tragere toestellen. Tenslotte is ook de beeldkwaliteit van de opnames van belang. Op dit punt bestaan er grote verschillen tussen de verschillende cameratypen en –merken (door bijvoorbeeld over- of onderbelichting; aantal pixels). Veel gebruikte types zijn:

  • ScoutGuard (lage prijs)
  • Bushnell (gemiddelde prijs) - verkrijgbaar in de Natuurpuntwinkel
  • Reconyx (duurdere modellen)

Logo Natuurpuntwinkel

Daarnaast bestaan er echter nog tal van merken en modellen. Het bedrijf Wildlife Monitoring Solutions geeft een goed overzicht van de verschillende typen.

X