Muizenmeetnet

De Zoogdierenwerkgroep wil weten hoe het met de muizen in Vlaanderen gesteld is. Daarom doet ze een muizenmonitoring met jouw hulp!
 

Waarom muizen monitoren?
  • muizen vormen het basisvoedsel voor veel roofdieren (bunzing, marter, vos, uilen, ...)
  • wellicht gaan ook algemene soorten muizen erop achteruit
  • daarom is onderzoek nodig naar hun verspreiding en aantallen!

Hoe gaan we te werk?
De volledige werkwijze is stap voor stap uitgeschreven in de vernieuwde handleiding (versie 20141016), maar in het kort komt het op het volgende neer.

  1. Het vangen gebeurt gedurende 1 weekend in de maand oktober met behulp van inloopvallen van het type 'TripTrap'.
  2. De valletjes worden opgesteld in rijen van 20, één val om de 5 meter. Omdat er wel eens een valletje verloren of kapot kan gaan, is het aangewezen om per rij van twintig een vijftal valletjes in reserve te hebben.
  3. Om één avond te vangen, worden de valletjes een drietal dagen op voorhand uitgezet en voorzien van aas zonder dat ze dicht kunnen klappen (= prebaiten).
  4. Op de vangstavond zelf worden de valletjes op scherp gezet: de muizen die er dan inlopen kunnen er niet meer uit en zitten gevangen. Om te voorkomen dat dieren in de valletjes onderkoeld geraken en sterven, worden ze om de drie à vier uren gecontroleerd en dit gedurende 3 opeenvolgende controles op dezelfde vangstavond.
  5. In de handleiding staat hoe je de resultaten noteert en doorstuurt. 

Inventariseren met triptraps

Mee doen?
Zie je het zitten om één weekend per jaar muizen te vangen volgens onze monitoringmethode? Schrijf je dan hieronder in! Inschrijven is noodzakelijk omdat je een vergunning nodig hebt om muizen te vangen. Wij vragen die vergunning voor jou aan. Zo kunnen we je ook contacteren voor het verzamelen van de resultaten.
Wil je graag meewerken, maar heb je geen voorkeur voor een bepaald gebied, schrijf je dan zeker ook in. Wij proberen je in contact te brengen met andere mensen in de buurt die meewerken aan het meetnet.

Ga naar het inschrijvingsformulier

 

Welke valletjes en aanschafmogelijkheden
Voor een wetenschappelijke monitoring is het belangrijk dat de hele werkwijze gestandaardiseerd verloopt. Daarom is het noodzakelijk dat iedereen met dezelfde methode (zie handleiding) werkt, maar ook met hetzelfde type valletjes. We werken met Trip-Trap inloopvalletjes. Je kan de valletjes aankopen via de winkel van Natuurpunt. We combineren deze plastieken valletjes steeds met een houten uitbouw om sterfte door teveel condens (onderkoeling) of stress (te weinig ruimte) te voorkomen. Die houten uitbouw kun je ook aanschaffen in de Natuurpuntwinkel. Via de account van je Natuurpuntafdeling of -werkgroep heb je een korting van 20%.

                                             Trip Trap muizenval met houten uitbouw

 

Hulp nodig?

  • Om de verschillende soorten op naam te brengen, raden we deze determinatietabel aan. Een eenvoudige zoekkaart kan je hier downloaden.
  • Heb je nog geen ervaring en liever wat meer uitleg of persoonlijke begeleiding van een kenner? Dan zijn er twee mogelijkheden:
    • Je kunt eens mee gaan met een andere groep die gaat muizen vangen. Neem daarvoor contact op met het muizenmeetnet van de Zoogdierenwerkgroep en we zoeken iemand in je buurt die je verder kan helpen.
    • Of organiseer een cursus 'Muizenissen'. Deze cursus bestaat uit drie avonden (drie opeenvolgende weken): een eerste avond theorie (diversiteit en ecologie van muizen), een tweede avond waarbij er vallen gecontroleerd worden (praktijk) en een derde avond waarbij schedels uit braakballen gedetermineerd worden. Je kunt deze cursus aanvragen bij Natuurpunt Educatie
  • Meer informatie over het werken met inloopvallen vind je in de vernieuwde handleiding (versie 20141016) of in onze rubriek Studie > Methoden en technieken.

 

Wat doe je met de resultaten?
Er zijn twee manieren om de resultaten in het veld in te voeren:
   ... via smartphone  (zie handleiding versie 20141016). Het resultaat is een CSV bestand.
   ... of door alles in te vullen op het veldformulier dat je in de handleiding vindt. De resultaten tik je dan over in dit excelformulier
In beide gevallen stuur je de resultaten (CSV-bestand of excelformulier) door naar muizenmeetnet@zoogdierenwerkgroep.be 

 

Achtergrondinformatie
Om te weten te komen of het goed gaat met onze zoogdieren worden enkele zoogdiersoorten langdurig opgevolgd. Vooral knaagdieren zijn erg geschikt om populatieontwikkelingen te monitoren. Muizen zijn kort levende dieren waarvan de aantallen van jaar tot jaar sterk fluctueren alnaargelang de leefomstandigheden. Diverse factoren zorgen voor populatieschommelingen. Koude, droge winters bijvoorbeeld hebben een nadelig effect op de muizenstand, omdat de wintersterfte onder muizen dan hoog is. Muizen zijn daarom indicatief voor gunstige of ongunstige milieuomstandigheden. Door recente verspreidingspatronen te vergelijken met oudere kunnen trends worden vastgesteld.

De Zoogdierenwerkgroep wil met de hulp van beheerders van natuurgebieden en vrijwilligers nagaan welke muizen er te vinden zijn en of hun aantallen erop vooruit of achteruit gaan. Daarvoor wordt opgeroepen om één weekend per jaar - in het najaar - muizen te vangen met inloopvallen. Om uit de vangstresultaten betrouwbare trends in de populatieontwikkeling te kunnen afleiden, is het belangrijk om op een gestandaardiseerde wijze tewerk te gaan. De vangsten moeten daarom elk jaar op dezelfde wijze plaatsvinden en langjarig op eenzelfde plek worden uitgevoerd.

 

Resultaten
  • Samenvatting van de resultaten van 2014 en 2015, gepubliceerd in ANTenne 2016/2 (apr-jun), het driemaandelijks tijdschrift van ANKONA - Antwerpse Koepel voor Natuurstudie 
                                                     
X