Zoogdieren in de Vlaamse en de Europese wetgeving

Onze zoogdieren figureren zowel in de Vlaamse als in de Europese wetgeving. In Vlaanderen zijn er verschillende decreten en besluiten die betrekking hebben op zoogdieren. Dat neemt niet weg dat daarnaast nog een aantal Belgische wetten van belang zijn. De Vlaamse en Belgische wetgeving vloeit gedeeltelijk voort uit de implementatie van een aantal internationale verdragen die België ondertekend heeft. In de tabel uit onze Zoogdierenatlas wordt opgesomd welke zoogdiersoort door welke wetgeving beschermd is.

Informatie over wetgeving in Wallonië kan je vinden via het Portail environnement de Wallonie (Nature et forêts > Législation > Nature et forêts > Conservation de la Nature) of rechtstreeks in de Loi sur la conservation de la nature. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn alle zoogdieren beschermd.

 

Belgische en Vlaamse wetgeving

Natuurdecreet

Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (1997)

Wat soortbescherming betreft, is enkel artikel 51 van rechtstreeks belang, omdat het stelt dat het behoud en de bescherming van populaties belangrijk is. De bescherming wordt in het Natuurdecreet zelf niet verder uitgewerkt. Voor een aantal soorten gebeurt dit in het Soortenbesluit (zie verder). Ook artikel 52 is belangrijk, omdat het bepaalt dat schade die wordt veroorzaakt door deze beschermde diersoorten vergoed kan worden. Het Natuurdecreet regelt ook wie instaat voor de opsporing en het toezicht en bepaalt de strafmaat voor overtredingen van het decreet zelf en de uitvoeringsbesluiten.

Soortenbesluit

Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer (2009)

Het soortenbeleid werd in het verleden geregeld door een vijftal uitvoeringsbesluiten, die nu geïntegreerd en vervolledigd zijn in één besluit. Tegelijk is hiermee voldaan aan de Europese verplichtingen in het kader van verschillende Europese richtlijnen. Het besluit regelt de bescherming van de inheemse zoogdiersoorten in Vlaanderen, het beleid rond de (her)introductie van zoogdiersoorten en het beheer of de bestrijding van soorten die hinder, risico of schade kunnen veroorzaken, zoals invasieve soorten.

Als voorheen blijft het voor veel zoogdiersoorten verboden om ze te bejagen, te vangen, te doden of in gevangenschap te houden, ongeacht hun ontwikkelingsstadium. Evenmin mogen hun woon- of schuilplaatsen worden beschadigd of met opzet worden verstoord. Ook is het verboden om de betrokken soorten levend of dood onder welke vorm dan ook te vervoeren, te verhandelen of kosteloos of tegen betaling af te staan.

In de praktijk blijft de controle op de naleving ervan - als voorheen - vrijwel onbestaande. Vooral de bescherming van de verblijfplaatsen laat sterk te wensen over. Bij vleermuizen is reeds herhaaldelijk gebleken dat als het gaat over dieren die in gebouwen verblijven, er weinig of geen rekening wordt gehouden met deze bescherming "op papier". Ook voor soorten zoals de hamster of de das wordt er in de praktijk niets gedaan om de beschadiging of verstoring van de woonplaatsen tegen te gaan.

De jachtwetgeving van 1 september 2008 bevat enkele wijzigingen in de besluiten inzake jacht die ook van toepassing zijn op soortenbescherming (zie verder onder jachtdecreet).

Voor zoogdieren die wettelijk beschermd zijn maar zorgen voor overlast en/of schade (bv. das of bever) voorziet de Vlaamse overheid in maatregelen o.a. door het schadebesluit. Onder bepaalde voorwaarden kan een schadevergoeding wordt betaald om de schade aan goederen, gewassen, teelten, oogsten, bosaanplantingen of aan voor de landbouw nuttige dieren te vergoeden. Voor soorten die geen beschermde status hebben (bv. mol) is de rol van de Vlaamse overheid beperkt tot het verstrekken van informatie.

Om bepaalde redenen en onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om afwijkingen te bekomen op de Vlaamse wetgeving inzake soortenbescherming. Dit geldt ook als je onderzoek wil doen naar zoogdieren die onder het besluit vallen (bv. spitsmuizen vangen, hazelmuisnesten zoeken, ...). Hiervoor heb je een vergunning nodig. Dergelijke afwijking kan je aanvragen bij de Zoogdierenwerkgroep of voor specifieke gevallen die niet in onze vergunning opgenomen zijn rechtstreeks bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB).

Het Soortenbesluit regelt ook de middelen en methodes die mogen gebruikt worden bij het doden of vangen van dieren. In het verleden was enkel de wildklem verboden (Verordening 3254/91/EEG van de Raad van 4 november 1991), die de poot van het dier vastgrijpt en het dier (tijdelijk) in leven laat. Via het Soortenbesluit worden de toegelaten middelen en methodes veel sterker gelimiteerd. In dezelfde context is er ook nog de Europese Richtlijn van 1998 betreffende het humaan gebruik van vangmiddelen, die vanaf 2006 moet geïmplementeerd zijn, en waardoor alle vangmiddelen zullen moeten goedgekeurd worden. In het kader van zowel dierenwelzijn als vermindering van impact op het milieu is een ander belangrijk decreet het Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 21 december 2001 houdende vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest, dat vanaf 1 januari 2004 het gebruik van rodenticiden verbiedt in een aantal gebieden.

Wet ter bescherming van het mariene milieu

Wet ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België (1999)

In het Koninklijk Besluit van 21 december 2001 betreffende de soortenbescherming in de zeegebieden wordt de lijst met strikt beschermde soorten in het mariene milieu opgesomd in Bijlage 1. Het gaat hier om de otter, alle walvisachtigen (Cetacea) en alle zeehonden (Pinnipedia). Voor de in het wild levende populaties van deze soorten en voor de daarvan afkomstige specimens geldt een systeem van strikte bescherming.

Deze wet heeft enkel betrekking op de territoriale wateren (federale bevoegdheid). De kustzone, waarbij de laagwaterlijn de grens vormt, is een Vlaamse bevoegdheid, en voor zoogdieren op de kust is er geen Vlaamse wettelijke regeling. Een zeehond die voor de kust zwemt of op een zandbank in zee ligt, wordt beschermd door de Wet op het mariene milieu. Komt de zeehond op het strand, dan is hij enkel nog beschermd door het Soortenbesluit. De gewone zeehond, de grijze zeehond en alle walvisachtigen zijn opgenomen in het Soortenbesluit. Andere - eerder uitzonderlijk voorkomende - zeehondensoorten (klapmuts, ringelrob, zadelrob), zijn dat niet, waardoor ze op de Vlaamse stranden geen enkele bescherming meer genieten en ook niet als ze een van onze rivieren opzwemmen.

Een deel van de wet ter bescherming van het mariene milieu behandelt de meldingsplicht bij bijvangst of aanvaring van een zeezoogdier en bij strandingen. De regering engageert zich ook om elk gestrand dier grondig te onderzoeken. Ook hier geldt dit enkel voor de territoriale wateren, en vallen dieren die op het Vlaamse strand terechtkomen in een juridisch vacuüm.

Jachtdecreet

(1991)

Alleen soorten die in het decreet worden opgesomd, behoren tot het jachtwild. Het wild wordt in het decreet onderverdeeld in 4 categorieën (enkel de zoogdieren worden hier vermeld):

  • grof wild: damhert, edelhert, moeflon, ree, wild zwijn,
  • klein wild: haas
  • waterwild: hier vallen geen zoogdieren onder
  • overig wild: boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, vos, konijn, verwilderde kat

De jachtwetgeving bepaalt waar, op welke uren en hoe er gejaagd mag worden. Om de 5 jaar worden de data van de opening en de sluiting van de jacht herzien en vastgelegd in een jachtopeningsbesluit (zie jachtopeningstijden en voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend). Buiten de openingsperiode is het verboden om de soorten in kwestie te bejagen, maar is het ook verboden om wild te vervoeren en te verkopen. Het decreet voorziet voor de marterachtigen wel een uitzondering als het gaat om opgezette exemplaren of huiden. Vermits de jacht op de marterachtigen reeds enkele jaren niet meer wordt geopend, is het immers verboden om dode marterachtigen te vervoeren. Ook het feit dat er in Vlaanderen openingsdata zijn voor bijvoorbeeld het edelhert en de moeflon - die bij ons niet voorkomen - heeft te maken met het vervoersverbod buiten het jachtseizoen. Zonder een opening van de jacht zouden dieren uit Wallonië niet op de Vlaamse tafel geraken. Het vastleggen van de openingsdata zorgt iedere keer weer voor fel oplaaiende discussies. De "bescherming" die sommige soorten, zoals de marterachtigen, nu min of meer genieten doordat de jacht erop al enkele jaren niet wordt geopend, is dus op zijn minst kwetsbaar te noemen.

Het Jachtdecreet regelt ook de bestrijding van schadelijk wild en de vergoeding voor schade aangericht door soorten die onder het jachtwild vallen. Jacht en bestrijding van schadelijk wild zijn 2 gescheiden regelingen en sommige soorten, zoals de vos, vallen onder beide. Een belangrijk verschil is dat dieren die in het kader van de bestrijding worden gedood, moeten aangeboden worden aan het OCMW. De schade veroorzaakt door soorten waarop de jacht sinds meer dan 5 jaar niet meer is geopend of door wild afkomstig uit een erkend bos- of natuurreservaat, wordt vergoed vanuit het MINA-fonds.

In gevangenschap houden van zoogdieren

Koninklijk Besluit tot vaststelling van de lijst van niet voor productiedoeleinden gehouden zoogdieren die gehouden mogen worden (2009)

Het is sinds juni 2002 verboden voor particulieren om dieren te houden die niet vermeld worden in Bijlage I van het Koninklijk Besluit van 7 december 2001 tot vaststelling van de lijst van dieren die gehouden mogen worden. Begin 2009 werd dit besluit tijdelijk vernietigd, maar het is na aanpassing (de minister kan nu onder bepaalde voorwaarden de lijst wijzigen) nu opnieuw van kracht via het Koninklijk Besluit van 2009. Deze positieflijst van 42 zoogdiersoorten heeft als doel het aantal soorten dat vrij kan worden aangekocht en gehouden te beperken. Dierentuinen zijn niet onderhevig aan deze beperking. Ook particulieren kunnen nog een vergunning aanvragen voor het houden van soorten die niet op de lijst staan. Een particulier die vandaag een zoogdier bezit dat niet voorkomt op de lijst, zal bij controle een bewijs moeten voorleggen dat hij het dier al in zijn bezit had voor de inwerkingtreding van het Koninklijk Besluit. Het Koninklijk Besluit van 22 augustus 2002 voegt aan de lijst nog 4 soorten toe die gehouden mogen worden voor productiedoeleinden.

Naast bescherming van het welzijn van de dieren, dient een dergelijke positieflijst enerzijds ter bescherming van onze inheemse fauna en flora, aangezien huisdieren regelmatig ontsnappen en bij handhaving in het wild aanzienlijke ecologische (en ook economische) schade kunnen veroorzaken. Anderzijds worden hier ook de dieren zelf door beschermd tegen wegvang uit het wild, zeker als hun populaties in het land van herkomst bedreigd zijn.

Ook de federale overheid wil via een nieuw juridisch kader komen tot een verbod op de invoer, de uitvoer, de doorvoer of het bezit van 20 invasieve uitheemse soorten die een bedreiging vormen voor de Belgische biodiversiteit. Wat de zoogdieren betreft, gaat het om Thaïse eekhoorn, Pallas eekhoorn, sikahert, Chinese muntjak, Amerikaanse nerts, wasbeerhond, grijze eekhoorn en beverrat.

 

Internationale overeenkomsten en Europese richtlijnen

Verdrag van Bonn

Conventie over de bescherming van migrerende wilde diersoorten (1979)

Deze Conventie erkent dat het, voor de bescherming en het behoud van migrerende diersoorten, van belang is om samen te werken over de grenzen heen. In elk land waar een bepaalde migrerende wilde diersoort voorkomt, moeten maatregelen getroffen worden ter bescherming.

Dieren vermeld in Appendix 1 moeten onmiddellijk beschermd worden. Dit houdt de strikte bescherming van de soorten in, het behoud of herstel van de habitats en compensatie voor obstakels voor migratie. De bescherming van diersoorten vermeld in Appendix 2 moet geregeld worden aan de hand van uitvoeringsovereenkomsten en memorandi. Deze omvatten bescherming van soorten en habitats, beheersrichtlijnen, onderzoek en monitoring en educatie en informatie. De overeenkomsten die hier uit voortvloeiden en van belang zijn voor de Vlaamse zoogdieren, betreffen de vleermuizen in Europa (Eurobats, 1991) en de kleine walvisachtigen in de Oostzee en Noordzee (ASCOBANS, 1992).

Verdrag van Bern

Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa (1979)

In België werd dit verdrag ingevoerd met de Wet van 20 april 1989. De doelstelling van deze conventie is de bescherming van wilde flora en fauna en hun natuurlijke habitats, en in het bijzonder die soorten en habitats waarvan de bescherming de samenwerking vereist van verschillende staten. Bovendien wordt er bijzondere aandacht besteed aan bedreigde en kwetsbare soorten, met inbegrip van bedreigde en kwetsbare migrerende dieren en planten.

Net als in het Verdrag van Bonn zijn ook hier een aantal bijlagen die de specifieke soorten opsommen die "strikte bescherming" (Bijlage II) en "bescherming" (Bijlage III) vereisen. Het Verdrag van Bern bevat echter een aantal nieuwe aspecten, met als belangrijkste dat zowel de bescherming van de habitats als van de soorten wordt voorzien. De overeenkomst verplicht de ondertekenende lidstaten ertoe maatregelen te treffen om populaties van wilde flora- en faunasoorten te behouden, die aangepast zijn aan de lokale omstandigheden. Naast verplichtingen tot herintroductie indien noodzakelijk voor de instandhouding van de soort, verplicht het verdrag de lidstaten er ook toe om het uitzetten van niet-inheemse soorten aan strenge controle te onderwerpen. In een Bijlage IV worden ook middelen en methodes gereguleerd die verboden zijn bij doden, vangst en andere vormen van exploitatie.

Biodiversiteitsverdrag

Verdrag inzake biologische diversiteit (1992)

De doelstellingen van dit verdrag zijn het behoud van de biologische diversiteit, het duurzame gebruik van bestanddelen daarvan, de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische rijkdommen, met inbegrip van passende toegang tot genetische rijkdommen, rekening houdend met alle rechten met betrekking tot die rijkdommen, overdracht van de desbetreffende technologieën, rekening houdend met alle rechten met betrekking tot die technologieën, en financiering. In Bijlage I worden de ecosystemen, habitats en soorten vermeld die speciale aandacht verdienen. Hoewel zoogdieren hier niet expliciet vermeld worden, vallen sommige soorten zeker ook onder de formulering van Bijlage I. Het verdrag is onder andere ook van belang bij de (her)introductie van inheemse soorten.

Habitatrichtlijn

Europese richtlijn inzake de instandhouding van de natuurlijke en semi-natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (1992)

De doelstelling van de Habitatrichtlijn is bij te dragen tot de biologische diversiteit op het Europese grondgebied, door maatregelen te nemen om de natuurlijke habitats en de wilde dier- en plantensoorten van communautair belang in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De maatregelen die voorzien zijn voor habitatbescherming omvatten het aanduiden van speciale beschermingszones of habitatrichtlijngebieden. Samen met de vogelrichtlijngebieden moeten ze een coherent Europees netwerk vormen, het NATURA 2000-netwerk.

In Bijlage II vinden we soorten waarvoor de aanduiding van speciale beschermingszones noodzakelijk is. Voor Vlaanderen gaat het hier vooral om een aantal vleermuissoorten, omdat de meeste andere zoogdieren op deze lijst bij ons niet (meer) voorkomen. De uitzondering hierop vormt wellicht de bever, die sinds kort terug in Vlaanderen voorkomt. Bij de zones die tot nu toe aangeduid werden in Vlaanderen zijn zoogdieren duidelijk maar in de marge meegenomen.

In Bijlage IV zijn dier- en plantensoorten opgenomen die een strikte bescherming nodig hebben. De lidstaten moeten een verbod instellen op het opzettelijk vangen of doden, het opzettelijk verstoren en de beschadiging of de vernieling van hun voortplantings- of rustplaatsen. Ze moeten ook toezicht houden op het bij toeval vangen en doden van diersoorten, om vervolgens het nodige onderzoek uit te voeren of instandhoudingsmaatregelen te treffen om te verzekeren dat dit geen significante negatieve weerslag heeft op de betrokken soorten. De in Vlaanderen voorkomende soorten van Bijlage IV zijn allemaal opgenomen in het Soortenbesluit (zie Belgische en Vlaamse wetgeving hiervoor), maar verdere stappen voor de bescherming zijn nog niet genomen.

Net als in het Verdrag van Bern, hebben de lidstaten verplichtingen betreffende herintroductie van bedreigde inheemse soorten (voor Bijlage IV-soorten) en het vermijden van schade aan natuurlijke habitats en inheemse wilde flora en fauna door introductie van uitheemse soorten. In Bijlage VI van de Habitatrichtlijn worden ook weer de middelen en methodes gereguleerd die verboden zijn bij doden, vangst en andere vormen van exploitatie.

X