Nestkasten en kunstmatige schuilplaatsen voor zoogdieren

Het ophangen van nestkasten voor zoogdieren heeft enkel zin als je hiervoor een geschikte plaats vindt en er een gebrek is aan schuilplaatsen. Het moet dan ook worden gezien als een tijdelijke oplossing die gepaard gaat met biotoopverbeterende maatregelen. De nestkasten worden dan geplaatst in afwachting dat natuurlijke schuilplekken ontstaan, bijvoorbeeld in een jong bos zonder holle bomen. Nestkasten die voor een specifieke soort zijn bedoeld, werken alleen in gebieden die binnen het het verspreidingsgebied van die soort vallen, al blijft zo'n kunsthol ook bruikbaar voor andere diersoorten.

Hetzelfde geldt voor alle kunstmatige schuilplaatsen. Kunstbouwen voor grote(re) zoogdieren, zoals voor de das, dienen doorgaans alleen om individuen aan te trekken of een tijdelijk onderkomen te bieden - bijvoorbeeld bij een (her)introductie. Enige uitzondering betreft het stedelijk gebied waar natuurlijke schuilplaatsen veelal ontbreken en soorten blijvend aangewezen zijn op kunstmatige holten en spleten. Daarom wordt in de rubriek ook aandacht besteed aan kunstmatige schuilplaatsen in gebouwen en infrastructuur.

Denk er vooral aan om bij werkzaamheden in tuin, bos of natuur kunstmatige schuilplaatsen te creëren bijvoorbeeld door:

  • het opwerpen van hout- en hooimijten;
  • het losjes stapelen van houtblokken, takken, stenen of graszoden;
  • het laten liggen van boomkruinen en maaisel;
  • het lostrekken of opstapelen van wortelstronken;
  • het laten overgroeien van holten;
  • het behouden van dode en kwijnende bomen;
  • het plaatsen van een kleine kist of vergelijkbare holtestructuur (bv. houtpaletten) in of onder een houtstapel, hooimijt of composthoop.

Op enkele van voormelde suggesties wordt elders in deze rubriek verder ingegaan.

Voorbeelden en bouwplannen voor allerlei nestkasten en andere kunstmatige schuilplaatsen vind je terug op de website Zoogdierenbescherming.org onder de rubriek Raadpleging (uitgebreid zoeken naar 'schuilplaatsen').

X